Aandacht voor 'ZIJN'

Dit is nummer twee van zeven artikelen waarin stap voor stap een nieuw mensbeeld wordt geschetst. Ze zijn een vervolg op drie eerdere artikelen die ik schreef over aandacht.

We leven in een bijzondere tijd. De mensheid staat voor stevige uitdagingen die het nodig maken om ons gedrag en manier van denken fundamenteel te ondervragen. Met andere woorden: het is tijd om eens goed in de spiegel te kijken. Wat zien we daar? Wat is een mens? Hoe werken we? Welke eigenschappen en mogelijkheden hebben we? En hoe kunnen we die inzetten om gewenste veranderingen in gang te zetten? Dit zijn de thema’s die aan bod komen in deze artikelenreeks. Het doel is het scheppen van een nieuw kader om het gesprek te voeren over persoonlijke ontwikkeling, relatie en gewenste veranderingen in organisatie en maatschappij.

Korte samenvatting van het eerste artikel

De basis van het model wordt gevormd door het begrip Aandacht en heet dan ook het Aandachtmodel. Aandacht is een scheppend principe. Het is niet één van onze eigenschappen, maar de voorwaarde voor onze eigenschappen. Het maakt ons levend, zorgt ervoor dat we in leven (willen) blijven, creëert verbindingen, ontwikkeling en bewustzijn. Als we goed naar het leven kijken, zien we dat aandacht pluriform is. Drie soorten aandacht loodsen ons door het leven: levensaandacht, verbindende aandacht en focusaandacht. Iedere vorm is de basis voor bepaalde basale menselijke eigenschappen, die samengaan met specifieke fysieke houdingen en reflexen. Door deze houdingen en reflexen goed waar te nemen kunnen we in kaart brengen welke vorm van aandacht verantwoordelijk is voor welke eigenschappen. Op die manier wordt steeds helderder wat de relatie is tussen aandacht en onze menselijke identiteit.

Als we de basale eigenschappen die verbonden zijn met de drie vormen van aandacht clusteren kunnen we vier verschillende basisidentiteiten onderscheiden: Zijnsidentiteit, beschermingsidentiteit, verbindingsidentiteit en verbeeldingsidentiteit.

In dit artikel ga ik dieper in op de Zijnsidentiteit.

Zijnsidentiteit

Onze Zijnsidentiteit wordt gevormd door de eigenschappen die we te danken hebben aan de levensaandacht en vormt de absolute basis van ons bestaan, ons leven en onze totale identiteit. Daarom start ik met het beschrijven van deze basisidentiteit.

De levensaandacht is het scheppend principe van het leven en werkt daarom in het hele lichaam en wezen van de mens, maar heeft als thuisbasis het bekken. Ga je met je aandacht naar je bekken, dan kun je gemakkelijk ‘bij jezelf’ en je levensbron zijn. Dat kan alleen als focusaandacht en verbindende aandacht zich even gedeisd houden, want het extraverte karakter van die twee vormen van aandacht overstemt gemakkelijk het introverte karakter van de levensaandacht. De nodige rust kun je creëren door eerst te gronden en daarna met je aandacht naar je lichaam en je ademhaling te gaan. Je bent dan ontspannen, in jezelf gekeerd, zonder dwingende gedachten.

Om zicht te krijgen op deze identiteit heb ik mij afgevraagd: wat is in absolute zin verbonden met het menselijk bestaan? Ik ben uitgekomen op de volgende vier onderdelen die ik kort toe zal lichten: Zijn (het samengaan van leven en materie), het lichaam (ons vervoermiddel door dit leven), de zijnsverbondenheid (de lijn waarlangs het leven wordt doorgegeven) en de kwetsbaarheid (een van de redenen waarom we in dit leven actie ondernemen).

ZIJN

Het zal niet verrassen dat 'ZIJN" het eerste onderdeel is dat ik toelicht binnen de Zijnsidentiteit. In het woord ‘ZIJN’ komen twee grootheden samen. Het verwijst zowel naar ons materiële, fysieke, chemische bestaan als naar het feit dat we leven. ZIJN is onze basis. Dat kunnen we niet genoeg benadrukken. Dus voordat we ons bezig gaan houden met WAT we doen of WIE we zijn, stel ik voor dat we even stilstaan bij het feit DAT we ZIJN, oftewel dat we bestaan en dat we leven. De waan van de dag trekt vaak alle aandacht naar zich toe. De basis van ons bestaan raakt daardoor snel uit beeld. Je echt realiseren dat je bestaat en leeft (en dat ook écht kunt voelen) brengt je terug naar je basis. Probeer maar eens. Neem een moment de tijd om te ZIJN.

*   *   *

 

Leven

Leven is iets bijzonders. We weten niet hoe het is ontstaan, kunnen het niet grijpen of begrijpen, maar toch is het niet iets abstracts, of onduidelijks. Het is geen idee. Het is realiteit en aanwezig in ons en om ons heen. Het is aanwezig in elk dier, elke plant, elke cel van ons lichaam en elke relatie die we voelen. Leven maakt dat we als levende wezens bestaan.

Ons leven begint bij de versmelting van twee cellen en eindigt, zoals Rudolf Steiner plastisch beschrijft, wanneer het leven het lichaam verlaat. Het lichaam verwordt dan tot onderdeel van de minerale wereld en zal vergaan. Steiner onderscheidt in zijn mensbeeld het fysieke lichaam en het levenslichaam. In mijn model onderscheid ik de Zijnsidentiteit, waarin het lichaam centraal staat, en de levensaandacht die het lichaam tot een levend wezen maakt. Laten we dat lichaam eens nader bekijken.

 

Het menselijk lichaam

Onze Zijnsidentiteit 'bestaat' door ons lichaam. Het is ons voertuig door dit leven en in die zin is het geen eigenschap, maar een voorwaarde, net als onze aandacht dit is. Zonder lichaam kunnen we niet leven.

Hoewel ieder van ons een beeld heeft van het menselijk lichaam, is het lastig om er in een paar zinnen iets zinvols over te zeggen, of om een afbeelding te laten zien en te zeggen: Kijk, dit is het menselijk lichaam. Er zijn namelijk mensenlichamen in vele soorten en maten, en het lichaam is zo complex in zijn opbouw, dat iedere afbeelding meer leugen dan waarheid laat zien. Probeer maar eens te bedenken hoeveel boeken, of afbeeldingen je nodig zou hebben om een redelijk correct beeld te geven van het menselijk lichaam. We hebben niet alleen te maken met verschillende levensfases, van embryo tot oude van dage, we hebben ook te maken met uiterlijke verschillen tussen mensen op het gebied van lengte, dikte, kleur, vorm en geslacht, en innerlijke verschillen op het gebied van conditie, soepelheid en de manier waarop aandacht wordt gebruikt, ofwel de houding. Alle eigenschappen, zowel de unieke als de gedeelde, maken onderdeel uit van onze identiteit. Lange mensen hebben, alleen al door het verschil in lengte, een andere identiteit dan kleine mensen. Er zijn wat mij betreft dus zoveel identiteiten als er verschillen zijn, maar iedereen heeft een hart en een brein.

Gelukkig maak ik een model en niet een beschrijving van de werkelijkheid, want dat is naar mijn idee niet mogelijk. Ik beperk me tot een drietal onderwerpen die ik met betrekking tot de Zijnsidentiteit nader toe wil lichten. Dat zijn de veranderlijkheid van ons lichaam, enkele specifiek menselijke aspecten van het menselijk lichaam en de manier waarop seksualiteit op verschillende manieren onderdeel is van het Zijn.

Verandering

Ons lichaam is niet statisch, maar altijd in beweging en bezig met transformatie. Dat heeft te maken met het natuurlijke proces van groei, ontwikkeling en veroudering, maar heeft ook andere oorzaken, zoals: spijsvertering en andere lichaamsprocessen, levensomstandigheden, fysieke belasting, voortplanting, geweld, ziekte, chirurgische ingrepen, persoonlijke groei, houding en/of heling. Je lichaam ervaren als iets wat niet statisch, maar in een staat van voortdurende beweging en verandering is, draagt bij aan een gezonde basishouding.

Specifieke kenmerken

Het menselijk lichaam heeft, in al zijn diversiteit, een specifieke bouw, die anders is dan die van andere wezens en die vooral zichtbaar wordt als je naar het skelet kijkt. We zijn gemaakt om rechtop te lopen op twee benen. Daardoor zijn de ledematen die vastzitten aan de schouders niet meer nodig om onszelf voort te bewegen en kunnen daarom iets anders gaan doen. Doordat de schouders niet meer via onze botstructuur verbonden zijn met de aarde, zijn we een stuk beweeglijker, maar ook een stuk labieler geworden dan een viervoeter. Duw maar eens rustig tegen de schouder van een hond, of paard en voel hoe stevig en ‘aanwezig’ dit voelt. Duw dan met aandacht tegen de schouder van een mens. In veel gevallen voel je labiliteit en duw je iemand zelfs zo omver.

Het tweede specifiek menselijke kenmerk van ons lichaam dat ik wil noemen is het centrale zenuwstelsel en dan met name het brein. Dat is het deel van het zenuwstelsel dat zich in het hoofd bevindt. Mensen hebben niet alleen een relatief groot, maar vooral ook een bijzonder actief brein, met mogelijkheden die, evolutionair gezien, spectaculair genoemd kunnen worden. Zozeer zelfs dat er een aparte identiteit is ontstaan, namelijk de verbeeldingsidentiteit. In het vijfde artikel ga ik daar uitgebreider op in.

Naast deze twee kenmerken van het lichaam die we specifiek menselijk kunnen noemen, wordt onze Zijnsidentiteit natuurlijk ook bepaald door alle andere kenmerken en mogelijkheden die het lichaam ons biedt. Je kunt daarbij denken aan: ademen, spijsvertering, voortplanten, lopen, grijpen, tillen, waarnemen, gevoelens en emoties ervaren, in verbinding zijn en bewustzijn en ideeën hebben. Een aantal van de mogelijkheden komen in andere identiteiten aan bod. Eentje wil ik hier aandacht geven: seksuele identiteit.

Seksuele identiteit als onderdeel van Zijn

Seksualiteit en Zijn hebben op verschillende manieren met elkaar te maken. Om te beginnen heeft het te maken met de manier waarop wij, mensen het leven doorgeven, ofwel ons voortplanten. Dat doen we via cel-koppeling van cellen van twee verschillende menstypen, wiens fysieke lichamen van elkaar verschillen, omdat zij een totaal andere rol spelen binnen het proces van doorgeven van leven. Het ene type mens produceert een van de twee typen voortplantingscellen die nodig zijn voor het doorgeven van leven én heeft de mogelijkheid om in het lichaam een nieuw mensje te laten groeien, deze te baren en na de geboorte, via het lichaam enige jaren te voeden. Dit type lichaam, toegerust om nieuw leven ter wereld te brengen, noemen we een vrouwelijk lichaam. Omdat zich gedurende een groot deel van het leven in hun lichaam een cyclus voltrekt die met de voortplanting te maken heeft, kun je mensen met een vrouwelijk lichaam zien als cyclische wezens. 

De bijdrage van het andere type mens aan het doorgeven van leven is veel kleiner. Het bestaat (slechts) uit de productie en doorgeven van het tweede type voortplantingscel. Dit type lichaam noemen we een mannelijk lichaam. Mensen met een mannelijk lichaam kunnen we, bij gebrek aan een cyclus, zien als lineaire wezens.

Het beschreven verschil in type lichaam (geslacht, of sekse), moet niet verward worden met het verschil in gender, of seksuele geaardheid. Voor iemands identiteit is het type lichaam natuurlijk van grote invloed, maar het gevoel mannelijk of vrouwelijk te zijn staat daar deels los van en kan er zelfs mee in conflict zijn. Er zijn mensen met een vrouwelijk lichaam, die zich mannelijk voelen en andersom. Ook zijn er mensen die zich noch mannelijk, noch vrouwelijk voelen en van alles daartussenin. Ook iemands seksuele voorkeur is niet automatisch in lijn met het doorgeven van leven. Iemands voorkeur kan hetero-, homo-, of biseksueel zijn.

Zowel iemands geslacht, gender, als de seksuele voorkeur zijn onderdeel van het ZIJN.

 

Zijnsverbondenheid

Ons Zijn is verbonden met het feit dat we leven en je kunt met alles wat bestaat en leeft in verbinding zijn. Met Zijnsverbondenheid bedoel ik een specifieke verbondenheid in Zijn, je zou kunnen zeggen gekleurde verbondenheid. Die kleuring kan plaatsvinden in de context van het doorgeven van leven, of een andere bijzondere situatie, maar kan ook alleen een fysieke reden hebben. Zo zijn mannen verbonden in hun man-zijn, lange mensen in hun lang-zijn, mensen met kanker in hun ziek-zijn-door-kanker, moeders in hun moeder-zijn, mensen die veel geld bezitten in hun rijk-zijn, et cetera, et cetera. Er zijn op deze manier onoverzichtelijk veel manieren waarop mensen verbonden zijn. De ene Zijnsverbondenheid heeft daarbij duidelijk meer impact op het leven, dan de andere, maar je Zijnsverbondenheid in zijn geheel is van groot belang. Het is één van je vier bestaanszekerheden.

In het kader van onze Zijnsidentiteit wil ik wat extra aandacht schenken aan de Zijnsverbondenheid die te maken heeft met het doorgeven van leven. Wat leven precies is, is een mysterie, maar hoe en van wie wij het leven hebben gekregen is dat in de regel niet. We hebben het leven gekregen van onze ouders, zij hebben het gekregen van hun ouders, et cetera. Op deze manier is iedereen onderdeel van een soort levensestafette. Vanwege dit doorgeefsysteem word je Zijnsidentiteit niet alleen gevormd door het feit dat je leeft en een ‘voertuig’, ofwel lichaam hebt, maar ook door de manier waarop je onderdeel bent van de 'levensestafette'. Deze bijzondere Zijnsverbondenheid zou je bestaansverbondenheid kunnen noemen.

 

Onze bestaansverbondenheid is overigens breder vertakt dan de basale relatie tussen (groot)ouders en (klein)kinderen. Het omvat ook de relaties tussen partners en ex-partners, broers, zussen, ooms, tantes en andere familieleden, waarbij natuurlijk lang niet iedere band even veel invloed heeft.
Deze band is niet statisch. Ze kunnen sterker, of zwakker worden, gezonder, of minder gezond aanvoelen, maar ze kunnen er niet, niet zijn. De band bestaat, of je wilt of niet.
Els van Steijn schrijft in haar boek De Fontijn dat je een gezonde relatie binnen je zijnsverbondenheid hebt, wanneer je goed op je plaats staat en de daarbij behorende taken van kleinkind, kind en eventueel ouder, broer, zus, opa, oma uit kunt voeren. Dat betekent bijvoorbeeld dat je niet op de plek van een ander gaat staan en taken van ouders, broers, zussen, of andere familieleden op je neemt, of dat je die taken overlaat aan een ander.

Zijnsverbondenheid leidt tot zijnsloyaliteit, maar is niet hetzelfde. In het artikel over de levensdomeinen kom ik hier op terug.

 

Kwetsbaarheid

De vierde eigenschap binnen onze Zijnsidentiteit die ik wil benoemen is kwetsbaarheid. Deze heeft alles te maken met de eerdere drie onderdelen die genoemd zijn, te weten: leven (als onderdeel van Zijn), lichaam en zijnsverbondenheid en uit zich onder andere via pijn, vermoeidheid, onzekerheid, gebrek aan levensenergie, gevoelens van ongemak, emoties als verlorenheid en verdriet, onmacht, stress, eet-, drink-, ademhalings- en/of slaapproblemen, agressie, vluchtgedrag, adoratie en lijden.

Leven’ maakt ons kwetsbaar. Niet alleen omdat we dood kunnen gaan, terwijl we dat niet willen, maar ook omdat we ‘moeten’ leven, terwijl ons dat erg veel moeite kost, soms zelfs zoveel dat we willen dat het stopt. Er zijn veel mensen die wel eens gedacht hebben over stoppen met leven. Slechts een klein deel van hen doet een poging daartoe en een nog kleiner deel van hen sterft door deze suïcide. In 2019 waren dat er in Nederland 1811 (Bron: Wikipedia). Mensen die in leven willen blijven hebben een arsenaal aan mogelijkheden tot hun beschikking (daarover meer in het volgende artikel). Dat is anders voor mensen die niet willen leven. We hebben van nature namelijk geen eigenschap meegekregen waarmee we uit het leven kunnen stappen, behalve dan misschien onze verbeelding, waarmee we onze bescherming als het ware kunnen overschrijven.

Een andere manier waarop het leven ons kwetsbaar maakt is seksueel misbruik en lichamelijke en/of psychische mishandeling. Daaronder valt ook vernedering en pesten. Daarvan is sprake wanneer iemands autonomie, iemands ‘Zijn’ niet wordt gerespecteerd en met voeten wordt getreden. Het gevolg is een verminderd zelfvertrouwen, vertrouwen in andere mensen en mogelijkheden om harmonische relaties aan te gaan.

Ook het lichaam maakt ons kwetsbaar. Het kan ‘kapot’ gaan en/of gebrekkig gaan functioneren. Dat kan allerlei redenen hebben, zoals een ongeval, geweld, ziekte, ouderdom, of het niet voldoen aan bepaalde basisbehoeften. Het lichaam is namelijk erg behoeftig. Het heeft voldoende zuurstof, vocht, energie, slaap, ontspanning en indrukken nodig om goed te kunnen functioneren. Ook de omgeving moet aan allerlei voorwaarden voldoen. Denk daarbij aan temperatuur en luchtkwaliteit.

Tot slot maakt ook onze zijnsverbondenheid ons kwetsbaar. Er mogen zijn op een manier die past bij en uitdrukking geeft aan je plek in de zijnsverbondenheid, bepaalt mede onze levenskwaliteit. Dat betekent bijvoorbeeld dat je als ouder voor je kind kunt zorgen en als opa, of oma de bijbehorende rol kunt vervullen. Het betekent ook dat je als kind niet de last hoeft te dragen van je ouders. Het onvoldoende krijgen, of kunnen geven van aandacht maakt dat we gaan leven vanuit focusaandacht. Het leven wordt dan in zekere zin overleven, ook al is er geen reëel fysiek gevaar. Het leven vanuit focusaandacht heeft negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van het jonge kind, die een gevoel van veiligheid nodig heeft voor een gezonde ontwikkeling, en om gezonde, veilige relaties aan te kunnen gaan.

Zijnsverbondenheid kan dus zowel licht, als schaduw en duisternis in het leven brengen. De geboorte van een kind brengt euforie. Pijn en onmacht ervaren we bijvoorbeeld bij het afbreken van een zwangerschap, als ouders niet zelf hun kinderen op kunnen voeden vanwege uithuisplaatsing, adoptie, of scheiding, ernstige ziekte, onderlinge verwijdering door conflicten en door de dood.

Het is nogal wat waarmee ons leven, of eigenlijk onze kwetsbaarheid ons op kan zadelen. Hoe we daar het best mee om kunnen gaan is het onderwerp van de volgende alinea.

 

Acceptatie

Ieder van de vier basisidentiteiten in het model heeft een eigen basishouding. Dat is de houding waarmee de identiteit het best tot zijn recht komt. Voor de Zijnsidentiteit is de basishouding acceptatie.

In het licht van onze kwetsbaarheid roept dat echter vragen op. Onze kwetsbaarheid zorgt namelijk voor situaties die we, om het zacht uit te drukken, als onprettig ervaren en die we willen veranderen. We balen van het leven, hebben pijn, of krijgen niet de aandacht die we nodig hebben. Onze natuurlijke reactie hierop is het creëren van weerstand en verzet, omdat we ons af willen sluiten voor iets dat niet gezond voor ons is. Dat kan prima werken voor zaken die van buiten komen, zoals gifstoffen, of fysieke aanvallen, maar het werkt averechts voor innerlijke processen. En in het licht van onze kwetsbaarheid zijn veranderingen binnen onze zijnsidentiteit innerlijke processen. Weerstand voelen tegen het leven, ons lichaam, of onze zijnsverbondenheid, voelt als weerstand tegen ons zelf. Dat creëert een innerlijk conflict, die verandering eerder in de weg zit, dan dichterbij brengt. Weerstand, hoe natuurlijk ook, zet namelijk een rem op de innerlijke processen. We houden onszelf tegen om in beweging te komen. Het is als een auto willen verplaatsen met de handrem erop.

Accepteren betekent: geen weerstand hebben, ofwel de handrem er af halen, zodat je kunt bewegen. Acceptatie betekent niet dat je je neer legt bij de situatie en geen veranderingen nastreeft. De handrem er af halen terwijl je op een helling staat is overigens wel heel spannend. Zonder hulp is dat bijna niet te doen.

De kunst is dus om innerlijke processen en externe processen uit elkaar te kunnen houden. In hoeverre zit de leeuw in jezelf, en in hoeverre is hij buiten jezelf.

De natuur maakt het ons niet gemakkelijk op dit gebied, maar niet accepteren van het leven, je lichaam, gender, of van je zijnsverbondenheid, maakt het leven (extra) zwaar. Acceptatie creëert ruimte voor beweging en verandering.

 

Bewustzijn en gesprek

Mijn doel is om een nieuw mensbeeld te beschrijven. Een nieuw model met nieuwe taal, waarmee het gesprek gevoerd kan worden over persoonlijke ontwikkeling, relaties en gewenste veranderingen in organisatie en maatschappij. In dit artikel zijn een aantal onderwerpen in vogelvlucht langsgekomen waarvan ik hoop dat ze het gesprek waard zijn.

Ik denk daarbij aan het diepe besef van het feit dat we bestaan en leven dat verloren kan gaan in de waan van de dag. Hoe voorkom je dat?

Kunnen we voelen dat het voor veel mensen moeilijk is om het leven te accepteren zoals het is? Dat voor hen het leven voelt als overleven?

In hoeverre heb je zicht op je eigen weerstand? Hoe kun je innerlijke processen onderscheiden van externe processen? Kun je je kwetsbaarheid omarmen?

 

Het volgende artikel

Het volgende artikel zal gaan over de Beschermingsidentiteit. Dat is, als het leven je lief is, het beste maatje van de Zijnsidentiteit. De beschermingsidentiteit is de meest actieve en diverse van de vier identiteiten die ik onderscheid. Ze kan je iemand laten redden, je aanzetten tot vechten, maar ook verliefd doen worden.

Dank je wel voor het lezen van dit artikel. Heb je opmerkingen, of vragen, laat dan een reactie achter. En vond je het interessant, dan doe je me een groot plezier door dit artikel te delen met mensen waarvan je denkt dat het hen zal inspireren.

Hans de Win

 

Links naar de verschillende artikelen in deze serie Aandacht voor een nieuw mensbeeld:

  1. Inleiding
  2. Zijnsidentiteit
  3. Beschermingsidentiteit
  4. Verbindingsidentiteit
  5. Verbeeldingsidentiteit, grip op verbeelding
  6. Aandacht voor signaalgevoelens, voelen en emoties
  7. Tussentijdse samenvatting
  8. De levensdomeinen
  9. Afronding en handleiding, aandacht voor identiteit en systemen