Aandacht voor hoe we onszelf fysiek beschermen

Dit is nummer drie van de zeven artikelen waarin ik stap voor stap, een nieuw mensbeeld beschrijf. Ze zijn het vervolg op drie eerdere artikelen die ik schreef over aandacht.

We leven in een bijzondere tijd. In de krant lees ik berichten over Coronamaatregelen, landbouwlobby’s, onderwijs dat onder druk staat en wachtlijsten voor ggz. Achter ieder beleid en ieder systeem gaan mensbeelden schuil en ik heb het gevoel dat die in veel gevallen niet kloppen.

Om het gesprek op een fundamenteel niveau zo correct mogelijk te kunnen voeren denk ik dat het een goed idee is om eens goed in de spiegel te kijken. Wat is een mens? Hoe werken we? Welke eigenschappen en mogelijkheden hebben we en hoe kunnen we die inzetten om gewenste veranderingen in gang te zetten, zowel in ons persoonlijke leven als binnen organisaties en maatschappij?

Korte samenvatting van de eerdere artikelen

De basis van het model wordt gevormd door het begrip Aandacht, dat wordt gezien als een scheppend principe wat zowel stuurt als mogelijkheden biedt. Als we goed naar het leven kijken, zien we dat aandacht pluriform is. Drie soorten aandacht loodsen ons door het leven: levensaandacht, verbindende aandacht en focusaandacht. Iedere vorm is de bron voor bepaalde basale eigenschappen die we bezitten.

Als we deze eigenschappen clusteren kunnen we vier verschillende basisidentiteiten van elkaar onderscheiden: Zijnsidentiteit, beschermingsidentiteit, verbindingsidentiteit en verbeeldingsidentiteit.

Onze Zijnsidentiteit is de basis van ons bestaan. De vijf eigenschappen binnen de Zijnsidentiteit die ik heb beschreven zijn: Zijn, leven, lichaam, zijnsverbondenheid en kwetsbaarheid. De basishouding die deze identiteit vraagt is Acceptatie.

In dit artikel beschrijf ik de Beschermingsidentiteit.

 

Beschermingsidentiteit

Onze beschermingsidentiteit is de uiting van onze kwetsbaarheid. Ze wordt gevormd door de eigenschappen en fysieke mogelijkheden die ons van nature in staat stellen om te overleven in een wereld waarin je op je hoede moet zijn, die van het een op het andere moment onveilig kan worden, waarin je moeite moet doen om te overleven en het leven door te geven aan een volgende generatie.

Onze beschermingsidentiteit wordt reflexmatig aangestuurd vanuit onze focusaandacht. Deze werkt vanuit de bovenzijde van ons lichaam, van het hart tot en met het hoofd. Hoe hoger de aandacht, hoe meer de focus de neiging heeft naar binnen te gaan. Vanuit het gebied rondom het hart kunnen we naast focus-, ook onze verbindende aandacht gebruiken. Ter hoogte van borst en schouders werkt de focusaandacht fysiek het sterkst. Als je je sterk maakt, stuur je hier je aandacht naar toe. Als de focus gericht is op jezelf verbaal verdedigen, dan ligt de focus in het gebied van je strottenhoofd en als je nadenkt, overweegt, analyseert, werkt je focusaandacht vanuit je voorhoofd, of derde oog.

Ons beschermingssysteem gaat uit van de logische veronderstelling dat hoe groter het gevaar is, hoe groter de fysieke alertheid moet zijn. De triggers om deze eigenschappen AAN te zetten komen vanuit de Zijnsidentiteit of de verbeeldingsidentiteit. Beide zetten de beschermingsidentiteit aan om het leven te beschermen, zij het vanuit een totaal ander perspectief. Vanuit de Zijnsidentiteit komen de natuurlijke, biologische prikkels om het leven, het biologische bestaan te beschermen. Vanuit de verbeeldingsidentiteit komen de prikkels om ons culturele bestaan te beschermen. Daarbij hoeft er geen sprake te zijn van fysiek gevaar, of een onveilige wereld waarin je moeite moet doen om te overleven. Over het gebruik van focusaandacht in het (ongevaarlijke) dagelijks leven heb ik reeds eerder geschreven (link). In het artikel over de verbeeldingsidentiteit kom ik er ook op terug.

Onze beschermingsidentiteit is zeer veelzijdig. Ze bestaat naast het bekende vechten, vluchten en bevriezen, ook uit redden, buiten houden, verliefd worden en onze behoeften bevredigen. Die worden namelijk ook aangestuurd door onze focusaandacht. Hoe divers ook, alle eigenschappen in deze identiteit hebben een gemeenschappelijke fysieke basis, namelijk gericht openen en sluiten. Ik start met een uitleg over deze gemeenschappelijke basis.

 

Gericht openen en sluiten

Met gericht openen en sluiten bedoel ik dat we onszelf openen voor wat we op willen nemen (indrukken, zuurstof, eten, drinken, voortplantingscellen) en voor wat we uit willen scheiden (CO2, urine, poep, zweet, voortplantingscellen) en dat we onszelf sluiten voor wat we buiten willen houden (gevaar) en binnen willen houden (bijvoorbeeld bloed). Het is een algemeen principe. Eencelligen werken wat dat betreft hetzelfde als mensen, maar zijn wat minder ingewikkeld. Ik las ergens dat de mens dus eigenlijk een heel grote ingewikkelde amoebe is. Interessant beeld.

Alle bescherming begint bij gewaarwording, ofwel het ‘binnenlaten’ van indrukken die duiden op mogelijk gevaar of een andere reden om in actie te komen. Zonder gewaarwording geen bescherming. Gewaarwording is de basis van waarneming, een ongelooflijk complex geïntegreerd systeem van waarnemingsorganen, interpretatiecentra, en actiecentra dat prikkels opvangt en verwerkt vanuit de wereld waarin we leven. Via onze aandacht kunnen we waarnemen met meer of minder focus en kunnen we onze waarneming richten op wat buiten ons is, op wat in ons is en/of op onszelf als één geheel. Waarop we onze waarneming richten en met welke focus we dat doen is dus afhankelijk van onze aandacht. Afhankelijk van de inschatting van ons beschermingssysteem, gaat onze alertheid en actiebereidheid omhoog, of omlaag en gaan we zo veel als nodig vanuit onze beschermingsidentiteit handelen.

De aanleiding om in actie te komen kan dus van buiten, van binnen, of van beiden komen. Het kan gaan om gevaar, een behoefte, of een verbeelding. Ik zal eerst een aantal manieren beschrijven waarop we om kunnen gaan met gevaar, om vervolgens te kijken naar de manier waarop we focusaandacht gebruiken vanuit onze (andere) behoeften, hartstochten en driften. Tot slot wil ik ook kort ingaan op de relatie tussen verbeelding en deze identiteit.

 

Beschermen tegen gevaar

Onszelf beschermen tegen gevaar doen we op verschillende manieren. We kunnen redden, buiten houden, vechten, vluchten en bevriezen. Bevriezen neemt in dit rijtje een bijzondere positie in. Het is namelijk de enige vorm van bescherming waarbij onze focusaandacht naar binnen gaat. Bij de andere vormen gaat de aandacht naar buiten. Ik zal ze alle vijf kort beschrijven en vraag de lezer om eens goed in te voelen of de verschillende vormen van bescherming herkenbaar zijn in het leven.

Redden

Met redden bedoel ik de actieve inzet die gericht is op het zo snel mogelijk voldoen aan basisbehoeften, zoals eten, drinken, slapen en veiligheid, omdat er (anders) gevaar dreigt. Dat kan voor jezelf zijn, of voor een ander. Het is dus een breed spectrum aan activiteiten dat onder dit kopje valt. Het gaat van eten zoeken, omdat je anders ‘sterft’ van de honger, via opzij springen, omdat er een auto aan komt, tot iemand reanimeren die een hartaanval heeft gehad.

Onder redden valt wat mij betreft ook verzorgen met een dwingend karakter. Je kunt daarbij denken aan de arts die zich verantwoordelijk voelt en een behandeling oplegt, maar ook aan de zorg van een vader, moeder, of partner. Ook die kan zeer dwingend aanvoelen.

Deze vorm van bescherming vraagt een meewerkende, doen wat er gezegd wordt, houding van degene die gered, of verzorgd wordt. Is die houding er niet, dan ontstaat er weerstand, die gemakkelijk kan leiden tot vechten, vluchten, of bevriezen. Herkenbaar?

Buiten houden

Buiten houden is er voor zorgen dat iets niet binnen komt. Het gaat daarbij niet alleen om letterlijk buiten houden van ongezonde stoffen, maar ook om het buiten houden van de invloed van iemands gedrag en houding. Mensen kunnen intimiderend zijn en boosheid en onredelijkheid werken zeer aanstekelijk. Door buiten te houden ga je er niet in mee, want zolang iets buiten je lichaam is, kun je er mee omgaan. Zo gauw het binnen komt, ben je als het ware overgeleverd aan de destructieve werking van datgene wat is binnengekomen.

Buiten houden doe je om je autonomie en het overzicht op een situatie te behouden. Het is de zachtste actieve vorm van afweer en vraagt een houding die deels open, deels gesloten is. Alert, maar nog ontspannen, want om buiten te houden is rust en overzicht nodig. Zo gauw we het gevoel hebben dat buiten houden niet, of onvoldoende gaat werken, zullen we overschakelen op actievere vormen van bescherming. Dat zijn de welbekende vecht-, vlucht- en/of bevriesreacties. Mensen die gespannen zijn zullen over het algemeen het buiten houden overslaan en meteen naar een actieve vorm van beschermen overschakelen.

Vechten

Vechten is zeer actief buiten houden in de vorm van een krachtmeting. Je bent echter niet meer autonoom en hebt alle overzicht verloren, want als je vecht wordt je leven bepaald door diegene, of datgene waartegen je vecht. Een gevecht duurt in een natuurlijke context totdat duidelijk is wie de sterkste is. Daarna heeft verder vechten geen zin meer. Om te kunnen vechten zijn minimaal twee partijen nodig die het tegen elkaar op willen nemen. Een aanval, of een bedreiging leidt daardoor niet altijd tot een gevecht. Er zijn ten slotte nog andere manieren om met gevaar om te gaan.

Vluchten

Vluchten kun je zien als een combinatie van redden, buiten houden en vechten. Vluchten doe je om jezelf te redden. Het doel is om voldoende afstand te nemen om je autonomie en overzicht terug te krijgen. De enige manier om dat te doen is de vechtmanier, namelijk zeer actief en zeer gefocust, alleen is je vechten niet gericht op de confrontatie met de tegenstander, maar juist op het vermijden van de confrontatie met de tegenstander.

Bij vluchten denk ik zelf altijd aan hard wegrennen, maar afstand nemen kun je ook doen door je te verstoppen, onzichtbaar te worden en de ander te ontlopen.

Bevriezen

Bij bevriezen weet je eigenlijk: buiten houden is niet gelukt en vechten, of vluchten hebben geen zin (meer). Ons lichaam heeft dan de mogelijkheid om zichzelf over te geven. Door ons niet te verzetten proberen we de schade te beperken. Bevriezen heeft namelijk een verdovend effect. Dit vermindert het lijden en mogelijk ook de interesse van de aanvaller. De focusaandacht die bij de andere vormen van bescherming naar buiten gaat, gaat bij bevriezen naar binnen en blokkeren geheel of gedeeltelijk de systemen die zorgen voor de verbinding met de buitenwereld. Onze houding is gesloten, met name op de gebieden waar we kwetsbaar en gekwetst zijn.

Slachtoffers van vernedering, minachting, grensoverschrijdend gedrag, zedendelicten, seksueel misbruik en mishandeling, die gebruik maken van deze vorm van bescherming, lijken zich daarom weinig te verzetten en kunnen ook heel moeilijk uiting geven aan wat hen is overkomen. Helaas wordt daar te vaak te weinig rekening mee gehouden. Daardoor wordt wat hen is overkomen gemakkelijk gebagatelliseerd.

We gebruiken deze vorm van bescherming ook als we ons afzijdig houden van groot onrecht. Onrecht tegen mensen, maar ook het onrecht tegen dieren en ecosystemen. Ook daarbij is er sprake van minachting en mishandeling op een schaal die onmacht brengt en mensen in de bevriesstand zet, zodat ze minder pijn voelen.

Naar mijn mening vormt deze eigenschap maatschappelijk gezien onze grootste bedreiging en het verminderen van onze bevroren houding, zodat we weer initiatief kunnen nemen, ons uit kunnen en durven spreken en in beweging kunnen komen, zie ik daarom als onze grootste uitdaging.

 

Bevredigen van behoeften, hartstochten en driften

We gebruiken vanuit een natuurlijke context de focusaandacht niet alleen in het kader van mogelijk gevaar. Sterker nog, we gebruiken het veel vaker om ons gericht te openen naar iets wat we nodig hebben, waar we dichtbij willen zijn, waarmee we ons willen verenigen. We willen dan juist niet buiten houden, maar binnen laten en zoeken nabijheid in plaats van afstand.

Het gaat daarbij om het vervullen van onze basisbehoeften zoals eten, drinken, sociale nabijheid en seksualiteit. Hiertoe behoren ook het uiten van liefde, verliefdheid, hartstocht, drift, begeerte, of lustgevoelens. Het voldoen aan al deze behoeften wordt aangestuurd door onze focusaandacht en is onderdeel van onze bescherming. Het voorkomt dat we (uit)sterven als gevolg van honger, dorst, of bij gebrek aan nakomelingen.

 

Gekleurde waarneming

Bij elkaar is het een mooi palet aan mogelijkheden. Die beeldspraak kunnen we behouden als we kijken naar de manier waarop onze beschermingsidentiteit onze waarneming kleurt. Om in actie te kunnen komen, moet onze beschermingsidentiteit namelijk niet al te genuanceerd zijn. Het afwegen van voors en tegens vermindert onze kans van slagen. De beschermingsidentiteit kleurt daarom per definitie onze waarneming, zodat we extra gemotiveerd worden om te redden, vechten, et cetera. Iedere vorm van bescherming kleurt, afhankelijk van het doel, de werkelijkheid op een eigen manier in.

Ben je iemand aan het redden, dan heb je vooral oog voor wat jij kunt doen voor de ander en houd je weinig rekening met wat iemand zelf kan en wil. Dat kan bij degene die je aan het redden bent wel eens in het verkeerde keelgat schieten. Veel ouders, hulpverleners, maar ook leraren krijgen daardoor te maken met weerstand die ze niet goed kunnen plaatsen. Ze doen toch zo hun best?

Ben je met iemand aan het vechten, dan zie je alles wat die ander doet als een aanval op jou en vergroot je alles uit wat niet goed is aan die ander. Wat je niet ziet zijn de twijfels, de zwaktes en de achterliggende redenen van de ander. Wat je ook niet ziet is de wereld buiten het gevecht. Vechtscheidingen en burenruzies zijn hiervan een voorbeeld.

Als je vlucht, ben je vooral bezig met weggaan en wat vóór je ligt. De ander is een gevaar en verdient je aandacht niet. Wat je niet ziet is degene of datgene waar je voor vlucht.

Als je bevriest voel je minder pijn en distantieer je je van de situatie door te dissociëren. Voorbeelden heb ik al gegeven.

Ook hartstocht en drift kleuren de waarneming. Honger maakt rauwe bonen zoet en als je verliefd bent, zie je alles door een roze wolk. De minder leuke eigenschappen van de ander worden weggefilterd. Dat gebeurt ook bij seksuele begeerte en ouderschap. Je partner ziet er tijdens het vrijen veel mooier uit, dan tijdens een ruzie en ook de toegewijde zorg van ouders en familie voor, met name, jonge kinderen wordt mogelijk gemaakt door deze eigenschap.

De diversiteit die deze identiteit kenmerkt, wordt dus nog versterkt door de gekleurde waarneming. Maar wat bindt deze diversiteit ook alweer tot een geheel? Dat komt tot uiting in de basishouding die deze identiteit vraagt.

 

Basishouding: bescherming

Ieder van de vier basisidentiteiten in het model heeft een eigen basishouding. Dat is de houding waarmee de identiteit het best tot zijn recht komt. Voor de beschermingsidentiteit is de basishouding bescherming.

Onze beschermende identiteit is zeer divers, zeker als we bedenken dat het onderscheid wat ik heb gemaakt tussen de verschillende vormen kunstmatig is. Het is natuurlijk niet zo dat we letterlijk zes opties, ofwel kleuren hebben op ons beschermingspalet. We hebben er namelijk veel meer als je de kleuren met elkaar gaat mengen. In het dagelijks leven bestaan dan ook vele mengvormen. Seks kan onderdeel zijn van een vlucht en kan erg op vechten lijken. ‘Houden van’ kan zich uiten als redden, maar ook als vechten. Zicht op deze identiteit kan ons inzicht geven in de reden achter onze fysieke houding en de gekleurdheid van onze waarneming.

Maar hoe onze beschermingsidentiteit zich ook laat zien, hoe controversieel het er ook uit kan zien, de achterliggende intentie is altijd om iets, of iemand te beschermen. De basishouding is dan ook: bescherming. Wanneer in het leven de spanning oploopt en we gebruik maken van deze identiteit, doen we er daarom goed aan om elkaar de volgende vraag te stellen: “Wat ben je aan het beschermen?”.

 

Gesprek

In onze wereld is bescherming in veel gevallen niet meer gericht op fysiek gevaar. Veel meer zijn we bezig met het beschermen van inkomen, waarden, of overtuigingen; allemaal zaken die vallen binnen de verbeeldingsidentiteit. De focusaandacht, die onze beschermingsidentiteit aanstuurt, stuurt in beginsel ook onze verbeelding aan en beschermingsidentiteit en verbeeldingsidentiteit lopen dan ook snel door elkaar. Dat betekent dat onze verbeelding actief wordt als we iets aan het beschermen zijn en dat als we onze verbeelding gebruiken we gedragsmatig gaan handelen vanuit onze beschermingsidentiteit. Dat kan tot situaties leiden waarin (de bescherming van) een idee, of overtuiging van groter belang wordt geacht dan het welzijn en het leven van mens en dier. Ik denk dat het goed is om daar met een kritisch oog naar te blijven kijken. In het artikel over de verbeeldingsidentiteit zal ik hier nog op terugkomen.

Maar voordat ik dat doe wil ik in het volgende artikel eerst aandacht schenken aan de verbindingsidentiteit. Dat is in zekere zin de tegenpool van de beschermingsidentiteit (ze staat er in het model diagonaal tegenover), maar die tegenstelling is een illusie. Ze hebben elkaar namelijk keihard nodig en kunnen elkaar prachtig versterken.

Om dit artikel af te sluiten wil ik je weer mee terug nemen naar het begin. Mijn doel met deze artikelen is een nieuw kader te creëren om het gesprek te voeren over belangrijke zaken in het leven. In dit artikel zijn een aantal onderwerpen in vogelvlucht langsgekomen waarvan ik hoop dat ze het gesprek waard zijn.

Kun je bijvoorbeeld de verschillende vormen van beschermend gedrag in het dagelijks leven herkennen? Lukt het je altijd om voldoende buiten te houden, of zijn er zaken die ongewenst binnen komen? Zijn er zaken waar je voor vecht, of vlucht? Wat doet je zoal bevriezen?

 

Dank je wel voor het lezen van dit artikel. Heb je opmerkingen, of vragen, laat dan een reactie achter. En vond je het interessant, dan doe je me een groot plezier door dit artikel te delen met mensen waarvan je denkt dat het hen zal inspireren.

Hans de Win

 

Links naar de verschillende artikelen in deze serie Aandacht voor een nieuw mensbeeld:

  1. Inleiding
  2. Zijnsidentiteit
  3. Beschermingsidentiteit
  4. Verbindingsidentiteit
  5. Verbeeldingsidentiteit, grip op verbeelding
  6. Aandacht voor signaalgevoelens, voelen en emoties
  7. Tussentijdse samenvatting
  8. De levensdomeinen
  9. Afronding en handleiding, aandacht voor identiteit en systemen