Aandacht voor grip op verbeelding

We leven in een bijzondere tijd. We leven in een tijd waarin maatschappelijke verandering onderdeel is van onze verwachtingen. Dat is nog niet zolang zo. We verwachten dat alles over pakweg 20 jaar anders zal zijn en dat moet ook wel, want anders hebben we grote problemen. We leven in een tijd dat veel mensen een groot deel van de dag in hun hoofd zitten. Ook dat is nog niet zo lang zo. In de krant lees ik berichten over complottheorieën en over de toeslagaffaire. Mensen verliezen de verbinding en doen elkaar van alles aan omdat er geen contact gemaakt wordt. Het is voor veel mensen een spannende tijd.

In dit artikel hoop ik duidelijk te maken dat al deze signalen met elkaar en met onze verbeelding verbonden zijn.

Dit is het vijfde artikel waarin ik stap voor stap, een nieuw mensbeeld beschrijf dat kan dienen als kader om naar mens en maatschappij te kijken. Dit artikel gaat over verbeelding, de schepper van de maatschappij, maar voordat ik het daar over ga hebben, geef ik een korte terugblik op de eerdere artikelen, zodat je een beeld hebt van het model tot nu toe.

 

Korte samenvatting van de eerdere artikelen

Het start allemaal met het begrip aandacht. Daarover ging het eerste artikel van deze reeks en de artikelen die ik in aanloop van deze reeks heb geschreven. Aandacht is een fascinerend gegeven. Het ligt wat mij betreft aan de basis van onze waarneming, ons gedrag en bewustzijn en daarmee van ons leven. Het model wat ik beschrijf noem ik daarom het Aandachtmodel.

Na decennia van observeren en reflecteren, zowel in het dagelijks leven als in disciplines als jeugdzorg en aikido, ben ik tot de conclusie gekomen dat aandacht pluriform is en dat we meerdere vormen van aandacht gebruiken. Ik ga uit van drie vormen, namelijk: levensaandacht, focusaandacht en verbindende aandacht. Ieder nemen ze een deel van onze eigenschappen, mogelijkheden en dus van onze identiteit voor hun rekening. Op basis van de sturende werking van de drie vormen van aandacht onderscheid ik in het model vier verschillende basisidentiteiten.

Levensaandacht laat ons leven en daarmee bestaan. De eigenschappen die daarmee samenhangen zijn in het model gebundeld in de Zijnsidentiteit. De verbindende aandacht zorgt dat we contact kunnen maken en dat we kunnen voelen dat we onderdeel zijn van een groter geheel. Daar ontlenen we onze stabiliteit aan. Deze eigenschappen vormen in het model de verbindingsidentiteit. Focusaandacht zorgt er voor dat we in leven blijven. Het zet indien nodig onze bescherming aan en zorgt ervoor dat we onze behoeften serieus nemen. De fysieke manieren waarop we ons kunnen beschermen vormen in het model de beschermingsidentiteit.

In dit artikel ligt de vierde en laatste basisidentiteit onder de loep. Ook dit gedeelte van onze identiteit wordt, net als de beschermingsidentiteit, aangestuurd vanuit de focusaandacht en heeft daarom, zoals we zullen zien, ook alles met bescherming te maken. Het grote verschil is dat ze niet fysiek van aard is. Ze bestaat namelijk uit onze verbeelding en heeft daarom de naam verbeeldingsidentiteit gekregen.

Schrijven over verbeelding is als een tour de force, want we kunnen ons letterlijk geen voorstelling maken van verbeelding, zonder verbeelding te gebruiken. Als ik eerlijk ben maakt dat iedere beschrijving van meet af aan enigszins onbetrouwbaar. Maar dit is wat mij betreft de identiteit waarbij die grip op dit moment juist het meest nodig is. Dit model is ten slotte bedoeld om het gesprek te voeren over persoonlijke ontwikkeling en gewenste verandering in organisatie en maatschappij, en daarbij draait het eigenlijk allemaal om deze identiteit.

 

Verbeeldingsidentiteit

 

Inleiding

De verbeeldingsidentiteit wordt gevormd door onze verbeelding. Dat is een cognitief ordeningsproces in de hersenen die ons het vermogen geeft om ons iets in te beelden, ons ergens een mentale, innerlijke, voorstelling van te maken. Hoe dat precies werkt in onze hersenen is, zover ik heb kunnen achterhalen, niet duidelijk, maar het resultaat is dat ieder individu naast een werkelijkheid die hij kan ervaren, ook gebruik maakt van een ingebeelde werkelijkheid. Binnen de verbeeldingsidentiteit staat, anders dan bij de drie andere basisidentiteiten, dus niet de werkelijkheid, dat wat IS, maar onze verbeelding, dat wat we ons verbeelden, centraal.

Dat wat we ons verbeelden zit niet in ons DNA en we worden qua verbeelding dan ook blanco geboren. Onze verbeeldingsidentiteit vormt zich tijdens ons leven onder invloed van mens en omgeving. Ze wordt aangestuurd door onze focusaandacht, de aandacht die hoog in het lichaam zit en spanning creëert in het lichaam. Via aandacht is verbeelding direct verbonden met ons lichaam en met de werkelijkheid.

Een beeld van verbeelding

Verbeelding is ordenen. Dat doen we de hele dag door. We staan er mee op en gaan er mee naar bed. We denken terug aan wat we hebben gedaan, aan wat we aan het doen zijn en aan wat we (willen) gaan doen. We gebruiken verbeelding om afspraken te maken en om te kunnen begrijpen, liegen, uitleggen, schrijven, archiveren, berekenen, ondervragen, fantaseren, twijfelen, oordelen, doelen te stellen, iets te willen, et cetera. We hebben veel aan verbeelding te danken. Denk bijvoorbeeld aan religie, landbouw, filosofie, kunst, democratie, dictatuur, oorlog, steden, verhalen, wiskunde, wetenschap, industrie, bio-industrie, handel, sport en media. Kortom alle dingen die typisch menselijk zijn en die we herkennen als onderdeel van de menselijke cultuur. Al met al onoverzichtelijk veel mogelijkheden en toepassingen dus.

Om je de grootsheid van de verbeeldingsidentiteit voor te stellen kun je – ga er even voor zitten –  eens proberen om in gedachten een beeld te vormen van al je aannames. Tel daarbij op het beeld wat je hebt van jezelf en de wereld. Maak daar een mooie bal van en strooi daaroverheen al je definities, woorden, maar ook twijfels en vragen die je hebt. Versterk wat je hebt gekregen met al je overtuigingen en het idee dat je hebt van het heden en verleden. Zet dit geheel vervolgens in het licht van al je verwachtingen, wensen en doelen in het leven en maak daar tot slot een groot persoonlijk verhaal van. Als dat allemaal lukt, dan heb je een aardig beeld van wat ik bedoel met je verbeeldingsidentiteit. Je begrijpt, verreweg het grootste deel van je verbeelding is onbewust aanwezig. Daarom is de basishouding die het best past bij verbeelding geloven.

Verbeelding is een draak

De impact van verbeelding op het leven is dus enorm en lijkt alleen maar toe te nemen. Kinderen zitten steeds langer op school, bijscholen is ook tijdens je loopbaan normaal en we spenderen veel tijd aan het updaten van ons mentale wereldbeeld via allerlei media die we tot onze beschikking hebben. We worden dag in, dag uit blootgesteld aan verbeelding waarmee we ons moeten verhouden, leggen de lat daarbij behoorlijk hoog en laten ons graag uitdagen, want het adagium is: “Je moet er uit halen wat er in zit”.

Voor veel mensen, van jong tot oud, blijkt de lat té hoog te liggen. Het lukt hen niet om te voldoen aan de maatschappelijke standaard. Hun vermogen om te ordenen is te zwak, of raakt verstoord. Mensen raken in de war, krijgen het niet meer eigenhandig op orde en weten niet meer wat ze moeten geloven. Verbeelding brengt lang niet altijd orde. De persoonlijke coaches, GGD-artsen en de jeugdzorg hebben het er maar druk mee.

Het is voor mij een groot mysterie hoe het mogelijk is dat iets wat niet bestaat zo veel invloed op het leven kan hebben. Verbeelding zie ik daarom als een draak, een mysterie met een enorme kracht om te creëren en te verwoesten. In zichzelf niet goed, of slecht, maar potentieel gevaarlijk en enorm machtig. Grip op verbeelding is daarom van het grootste belang, anders verbranden we ons aan haar vuur, of verwonden ons aan haar scherpe tanden. (Omdat de draak verwijst naar de verbeelding en verbeelding vrouwelijk is, zal ik in dit stuk naar de draak verwijzen in de vrouwelijke vorm.)

Grip

Grip wil ik krijgen door analyse en ordening (verbeelding op verbeelding dus) en door niet bang te zijn van de draak, want het is maar verbeelding. Ik doe een voorstel om verbeelding in te delen in verschillende categorieën en geef de draak drie koppen. Die noem ik gedeelde verbeelding (ofwel afspraken), persoonlijke verbeelding (ego) en verbindende verbeelding (verwachtingen). Het kloppend hart van de draak wordt gevormd door datgene waar we het meest in geloven, wat dat ook mag zijn.

Nadat ik de drie koppen en het hart heb toegelicht wil ik aandacht voor wat misschien wel de donkere kant is van onze draak, de verborgen verbeelding. Wat zien we niet en hoe stuurt de draak ons leven zonder dat we het weten? Ik zal uitleggen waarom we de draak terecht associëren met gevaar en het spuwen van vuur als we het hebben over gedrag en ook hoe we haar kunnen temmen. Met name onze verbindingsidentiteit kan ons daarbij helpen.

Maar ik wil starten met een stukje geschiedenis. Het is altijd goed te weten waar we vandaan komen. Wanneer is de draak uit het ei gekropen? Hoelang heeft het geduurd voor ze volwassen is geworden? Wat is haar macht en kracht en wat ziet ze als haar taak? Wat is ze aan het beschermen?

De ontwikkeling van de draak

 

Wanneer is de draak uit het ei gekropen?

Homo sapiens bestaat als soort al meer dan 100.000 jaar en ik lees in het boek Sapiens, van Yuval Noah Harari dat genetisch gezien de mens van toen in niets verschilde van de huidige mens. Dat betekent dat onze verbeeldingsmogelijkheden al meer dan 100.000 jaar oud zijn. De eerste 90.000 jaar van ons bestaan zag ons leven er echter niet veel anders uit dan die van de andere dieren. Je zou dus kunnen zeggen dat de draak een slow starter was en pas wakker werd toe de eerste vormen van landbouw zich aandienden zo’n 12.000 jaar geleden. Voor landbouw heb je namelijk echt een andere verbeelding nodig, dan voor jagen en verzamelen. Je moet veel langer vooruit en los van de natuur kunnen denken. Je moet ordenen en geloven.

De invloed van verbeelding op het leven van mensen kun je aflezen aan de mate waarop ze de omgeving naar hun hand zetten. Daar is namelijk verbeelding voor nodig. Als we dan zien dat de eerste gestapelde grote stenen van enige omvang dateren van zo’n 5000 tot 6000 jaar geleden, kunnen we concluderen dat cultuur een relatief nieuw fenomeen is in het bestaan van onze soort. Wanneer ze uit het ei gekropen is weten we niet precies , maar ik durf de stelling wel aan dat het allergrootste deel van ons bestaan, zeg 95%, onze verbeelding een marginaal bestaan heeft geleid. Mensen hebben blijkbaar geen grote draak nodig om te overleven.

Wat ziet de draak als haar taak?

De geschiedenis laat ons zien dat we niet veel verbeelding nodig hebben om te overleven. Waarom is ze dan toch zo gegroeid? Het antwoord op die vraag krijgen we als we ons realiseren hoe onze verbeelding wordt aangestuurd en welke ontwikkelingen in de geschiedenis van de mens zij in gang heeft gezet en mogelijk heeft gemaakt.

Aansturing van verbeelding gebeurt vanuit onze focusaandacht. De aandacht die in het teken staat van overleven. Dat is goed gelukt. We zijn inmiddels met bijna 8 miljard mensen. Dus je zou denken “missie volbracht”, maar dat blijkt anders te liggen, want wat de draak beschermt is niet ons leven, maar onze manier van leven, ofwel onze cultuur. Dat betekent dat verbeelding niet zozeer ten dienste staat van het individu, als wel van de cultuur.

Een cultuur ontstaat door verbeelding, kan alleen begrepen worden met de juiste verbeelding en kan alleen blijven bestaan als genoeg mensen dezelfde verbeelding delen, daar in geloven en deze verbeelding actief doorgeven aan de volgende generatie. En daarbij geldt: hoe complexer de cultuur, hoe groter de draak. Dat klinkt vanzelfsprekend en is misschien geen grote verrassing, maar het is belangrijk om even bij stil te staan. Het betekent namelijk dat leven in een complexe cultuur als die van ons betekent dat we het gros van onze verbeelding niet zozeer voor onszelf gebruiken, maar in het teken staat van het in stand houden van de cultuur. Ga je week maar eens na. Wat doe je zoal en waarom? Draagt het bij aan het in stand houden van je cultuur, of niet?

Het ontstaan van de verbeeldingsidentiteit, de draak wordt zelfstandig

Ik ga er vanuit dat onze verbeelding ooit in dienst stond van overleven, maar die tijd ligt ver, heel ver achter ons. Onze verbeelding is sinds enige tijd vooral de beschermer van onze cultuur. Verbeelding was misschien een trage starter, maar stapje voor stapje kreeg verbeelding een steeds belangrijkere rol in ons leven. En het bijzondere is dat verbeelding zelf deze stapjes mogelijk heeft gemaakt in de vorm van taal, verhalen en techniek. Verbeelding maakt ontwikkeling mogelijk en ontwikkelt zelf mee. De draak creëert als het ware haar eigen werkelijkheid.

Langzaam maar zeker zijn culturen ontstaan. Eerst zeer klein en divers, maar de geschiedenis laat een eenduidige beweging van schaalvergroting en eenwording zien. Harari beschrijft in zijn boek hoe de verbeelding daarvoor niet alleen de ‘gereedschappen’ levert in de vorm van taal, techniek en geld, maar ook de motivatie. Hij beschrijft de wens om op grote schaal handel te drijven, land te veroveren, het geloof te verspreiden en om, uit pure nieuwsgierigheid, de wereld en de werkelijkheid te ontdekken, te begrijpen en te ordenen. Stap voor stap komt door deze ontwikkelingen het leven van mensen meer en meer in het teken van verbeelding te staan. Dat vraagt een steeds grotere inzet van de verbeelding en in de loop van tienduizenden jaren is verbeelding daardoor veranderd van één van de eigenschappen binnen de beschermingsidentiteit, naar een aparte identiteit: de verbeeldingsidentiteit. Onze verbeeldingsidentiteit is de drager van onze menselijke cultuur, zoals ons lichaam de drager is van onze menselijke natuur.

Steeds meer en steeds sneller

Op dit moment leven we met bijna 8 miljard mensen in een complexe mondiale cultuur, die we met elkaar in stand moeten zien te houden, want nog steeds geldt: Een cultuur kan alleen blijven bestaan als genoeg mensen dezelfde verbeelding delen, daar in geloven en deze verbeelding actief doorgeven aan de volgende generatie. Dat doorgeven van cultuur gebeurt inmiddels zo goed als automatisch, want de cultuur is de afgelopen honderd jaar een kader geworden dat zichzelf in stand houdt, steeds sneller ontwikkelt en de mensen mee neemt in die ontwikkeling.

In zijn boek Identiteit legt Paul Verhaeghe uit hoe dit werkt. Je identiteit wordt, aldus Verhaeghe, gevormd door de combinatie van vereenzelvigen met en afzetten tegen de omgeving. Dus wat je ook doet, de omgeving is bij de vorming van je identiteit leidend en het is dus de vraag in hoeverre iemands identiteit ‘eigen’ is. Verhaeghe stelt dat zowel het gedrag dat we vertonen, als wat we vinden van elkaars gedrag, wordt bepaald door de cultuur waarin we leven. Met andere woorden: de cultuur bepaalt welk gedrag normaal en gewenst is en welk gedrag niet normaal en niet gewenst is.
Hij geeft daarvan vele voorbeelden. Ik noem er hier een. Een kind dat niet stil kan zitten is in onze cultuur niet normaal, want lastig in de klas. Een kind met precies hetzelfde gedrag wordt in een omgeving waarin het gedrag niet als lastig wordt ervaren, gezien als normaal.

In een wereld die gecreëerd is door verbeelding en bewoond wordt door mensen wiens leven steeds meer in het teken staat van verbeelding zal ontwikkeling steeds sneller gaan. Dat is wat we de afgelopen paar duizend jaar hebben zien gebeuren. In de afgelopen honderd jaar is er meer veranderd, dan in de duizend jaar daarvoor. Waar gaat ons dat brengen? Vliegen we uit de bocht, of zijn we misschien allang uit de bocht gevlogen en realiseren we ons dat alleen nog niet?

Mijn conclusie is dat de draak steeds machtiger wordt en dat we grip moeten zien te krijgen op verbeelding. Daarvoor hebben we inzicht nodig in hoe verbeelding werkt en hoe we er gebruik van maken. Daarom wil ik nu het vergrootglas leggen op verbeelding zelf.

 

Zicht op de draak

Ik wil meer grip krijgen op de draak en kies er voor om dat te doen door een ordening aan te brengen. Ik ga de verbeelding in groepen verdelen. Dat geeft ons de mogelijkheid om op onze verbeelding te reflecteren en reflectie geeft inzicht.

Ik heb verbeelding een driekoppige draak genoemd. De drie koppen staan voor: gedeelde verbeelding, persoonlijke verbeelding en verbindende verbeelding, ofwel afspraken, ego en verwachtingen. Deze drie koppen zijn verbonden met het lichaam van de draak waarin het kloppende hart wordt gevormd door datgene waar we echt in geloven. Wat dat is kan per individu verschillen. Het is datgene wat het hart sneller doet slaan.

Ik stel voor om de drie koppen afzonderlijk in de ogen te kijken om het daarna te hebben over verborgen verbeelding, want we moeten niet de illusie hebben dat de draak zijn ziel en zaligheid zomaar bloot zal leggen. Een draak is niet voor niets een mysterieus wezen. Daarom start ik met een beschrijving van het hart, want wie het hart begrijpt, begrijpt het wezen.

Geloven, het kloppend hart van de draak

Ik geloof dat het kloppend hart van de draak bestaat uit een combinatie van aannames, verhalen en kernwaarden waarin mensen kunnen geloven. Ieder vervullen ze een rol om de connectie te maken tussen onze verbeelding en het leven.

Ieder mens, maar ook iedere cultuur en subcultuur, heeft haar eigen dominante kernwaarden: dat wat we belangrijk vinden in het leven. Misschien ken je je eigen kernwaarden al, anders zijn er op internet genoeg mogelijkheden om daar achter te komen. De dominante culturele kernwaarden van onze moderne cultuur lijken grotendeels vertegenwoordigt te worden door wetenschap, humanisme, democratie, rechtstaat en consumentisme, maar er zijn genoeg individuen en groepen mensen die, in ieder geval voor een deel andere kernwaarden hebben. Denk aan de georganiseerde misdaad, autocratische regeringen, mensen die de mensenrechten met voeten treden.

Al die kernwaarden worden in onze verbeelding bij elkaar gehouden door verhalen en gewoonten. Die kunnen een geschiedkundige, of een meer morele achtergrond hebben en kunnen elkaar versterken, maar elkaar ook in de weg zitten. Ons geloof is daarmee een kweekvijver voor dilemma’s, maar is ook het fundament waarop culturen zijn gebouwd. Zonder geloof, geen draak.

Als geloven het kloppen van het hart is, dan bestaat het bloed dat wordt rondgepompt uit een mix van alle zaken waarin mensen kunnen geloven. Die mix wordt vervolgens door het lijf van de draak gepompt en komt ook in de koppen terecht. Laten we die eens een voor een bekijken.

Afspraken (gedeelde verbeelding)

Een afspraak is een specifieke gedeelde verbeelding. Als je een afspraak hebt gemaakt ga je er van uit dat de ander dezelfde verbeelding heeft. Afspraken zijn bedoeld om het culturele leven te ordenen en we kennen ze in vele vormen en gedaanten, zoals regels, waarden, overtuigingen, normen, verdragen, protocollen, procedures en letterlijke afspraken. Ze zijn de lijm van een cultuur en hebben een hogere status naarmate ze meer gedeeld worden en meer gelinkt zijn aan dominante kernwaarden. Je niet aan een afspraak houden is soms letterlijk een doodzonde.

Voor alle afspraken geldt dat ze alleen kunnen bestaan als er genoeg mensen in geloven. Toch bestaan ze in alle soorten en maten. Om te beginnen zijn er persoonlijke afspraken en groepsafspraken. Een persoonlijke afspraak heb je met een andere persoon en creëert een persoonlijke relatie. Een groepsafspraak maakt je onderdeel van een groep en creëert een groepsgevoel. Afhankelijk van de hoeveelheid gedeelde kernwaarden kan dat al dan niet prettig aanvoelen. Binnen deze twee typen zijn er weer drie deelgebieden. Er zijn afspraken die alleen gelden als je instemt. Er zijn er ook waaraan je je behoort te onderwerpen en er zijn afspraken die er als het ware ongemerkt insluipen.

Opgelegde afspraken zijn afspraken waaraan je je behoort te onderwerpen. Het gaat daarbij over hoe mensen zich behoren te gedragen en over hiërarchie, geboden en verboden, wie de baas mag zijn over wie en onder welke voorwaarden. Er worden op deze manier ook afspraken gemaakt over wat bestaat, wat belangrijk is en wat niet. Daarbij kun je denken aan wetten, financiële systemen en morele leefregels (al dan niet religieus van aard) en meer praktische sociale afspraken zoals verkeersregels en huisregels van een vereniging, organisatie, of thuis. Deze afspraken hebben dus een enorm bereik. Ze bepalen of god al dan niet bestaat, maar ook wanneer de toiletbril omhoog, of omlaag moet.
Bij afspraken die er ongemerkt insluipen zitten natuurlijk heel veel afspraken uit de eerste categorie, maar kun je ook denken aan culturele gebruiken in het groot en in het klein, zoals het vieren van kerst, maar ook aan friet op vrijdag. Beide kunnen heilig zijn, maar staan nergens beschreven als wet.
Voor heel veel afspraken geldt dat ze binnen meerdere types kunnen vallen. Neem het huwelijk. Dat is een persoonlijke afspraak waarvoor je bewust kiest, maar maakt je ook onderdeel van de groep getrouwde mensen. Afspraken rondom een huwelijk zijn deels wettelijk en deels cultureel van aard. Een huwelijk heeft daardoor ‘meerdere kanten’. Welke voor jou het zwaarst wegen heeft met je geloof, met je kernwaarden te maken. Door je bewust te zijn van deze verschillende kanten kun je onderling gemakkelijk verwachtingen afstemmen.

Alle gedeelde verbeelding, alle afspraken, waarmee we ons verhouden nemen flink wat plek in binnen onze verbeeldingsidentiteit. Daarnaast hebben we ook wat ruimte nodig voor een eigen leven, ofwel onze persoonlijke verbeelding. Daarvoor gebruiken we het ego.

Ego (persoonlijke verbeelding)

De tweede kop van de draak, wordt gevormd door het ego, ofwel de persoonlijke verbeelding. Daarbij kun je denken aan gedachten, overdenkingen, ideeën, vragen, twijfels, frustraties, invallen, wensen, hypotheses en persoonlijke verhalen, herinneringen, (kern)waarden, meningen en oordelen. Waar afspraken het fundament zijn voor culturen, is het ego het fundament van onze persoonlijkheid. Niet van wie we ZIJN, maar wie we denken dat we zijn. (Vergeet niet, we zitten in onze verbeeldingsidentiteit.) Via het ego verhouden we ons op persoonlijk niveau met onze eigen verbeeldingsidentiteit.

We hebben meningen, persoonlijke doelen, geven onszelf opdrachten en hebben vragen en twijfels. Het ego vormt daarmee de basis voor actie en beweging in het dagelijks leven, maar ook voor weerstand en verwarring. Als ordening en geloof goed werken is het de motor voor persoonlijke ontwikkeling en ontwikkeling op het gebied van innovatie, wetenschap en kunst, voor zover die aangestuurd worden door individuele aandacht, maar het kan ook de motor zijn voor afzondering en depressie als ordenen en geloven niet meer lukken.

Er zijn vele redenen waarom de motor kan haperen. Er kunnen conflicten ontstaan tussen onze persoonlijke en onze gedeelde verbeelding, bijvoorbeeld als kernwaarden te ver uiteen lopen. Maar de aanleiding voor een vastloper in het ego kan ook van buiten de verbeeldingsidentiteit komen. Denk aan niet gezien, vernederd, of mishandeld worden. Wat de reden ook is, als de motor vastloopt hebben we rust en/of hulp nodig, want een vastloper brengt altijd stress met zich mee. Een vastgelopen, of op hol geslagen ego is naar mijn idee de belangrijkste reden voor stress en stress gerelateerde problematiek.

Om binnen onze verbeeldingsidentiteit de relatie tussen ego en afspraken zo goed mogelijk te stroomlijnen, hebben we verwachtingen, de derde kop van de draak.

Verwachtingen (verbindende verbeelding)

De derde kop van de draak bestaat uit onze verwachtingen, ofwel verbindende verbeelding. Verwachtingen hebben de functie om continuïteit en samenhang te creëren binnen de onderdelen waaruit onze verbeeldingsidentiteit is opgebouwd. Dat gebeurt op verschillende manieren.

Om te beginnen gebeurt dat doordat verwachtingen de twee andere koppen van de draak zo goed mogelijk op elkaar af proberen te stemmen. Als alle betrokken ego’s dezelfde verwachtingen hebben, dan heb je een afspraak. Naarmate de ego’s meer van elkaar verschillen, wordt het maken van afspraken moeilijker, maar door verwachtingen op te rekken kan de afstand tussen kernwaarden groter worden. Je wordt minder principieel.

Een tweede functie van verwachtingen is het creëren van het idee van continuïteit tussen verbeelding en werkelijkheid als we in actie komen. Dat is nodig, omdat de draak weinig rekening houdt met de grens van onze waarneming. Om het gat tussen waarneming en verbeelding in te vullen gebruiken we verwachtingen. Daardoor kunnen we makkelijker communiceren, functioneren en verantwoordelijkheid nemen in een complexe en grootschalige wereld die gebaseerd is op verbeelding.

Je stapt daardoor vol vertrouwen in de auto om naar een afspraak te gaan, omdat je verwacht dat de auto je van A naar B zal brengen. Je verwacht dat dat veilig gebeurt en dat de andere weggebruikers zich aan de verkeersregels houden. Als je aankomt bij de afspraak verwacht je dat de andere partij zich ook heeft gehouden aan de afspraak.

Op deze manier kun je eindeloos doorgaan met het benoemen van verwachtingen die ons culturele leven mogelijk maken. Zonder verwachtingen kom je niet ver.

Verwachtingen zijn wonderlijk, maar maken ons ook kwetsbaar. Als namelijk aan één of meer verwachtingen niet wordt voldaan, kunnen we volledig van ons stuk zijn, in de war, of boos en krijgen we, opnieuw, een vastloper. Als de auto niet wil starten, als de andere verkeersdeelnemers zich niet aan de regels houden, als er een onverwachte file is, als mijn afspraak niet door gaat. Hoe meer verwachtingen je hebt, hoe meer er mis kan gaan. En hoe zwaarder je tilt aan je verwachtingen, hoe meer je in de war zult zijn als er iets onverwachts gebeurt. Zonder verwachtingen kom je echter nergens. Verwachting-management is nodig, maar niet altijd makkelijk.

De indeling in afspraken, ego en verwachtingen, die ik hierboven heb beschreven geeft meer grip op verbeelding, want we kunnen nu een probleem beter analyseren, maar ik heb verbeelding niet voor niets een draak genoemd, want alle grip die ik dacht te hebben lijkt te verdampen als ik me besef dat alles waarin ik geloof en de drie de koppen van de draak een gradatie kennen in bewustzijn. Veel van de afspraken waar ik me aan houd zijn niet bewust. En dat geldt ook voor een groot deel van mijn persoonlijke gedachten, twijfels en verwachtingen. Wat hebben we dan aan zo’n indeling? Je kunt immers geen grip krijgen op een onzichtbare draak.

Verborgen verbeelding; het mysterie van de draak

Maar hier moeten we de draak te slim af zijn en niet bang zijn voor haar mysterieuze kant. Het is ten slotte maar verbeelding. Als we ons goed realiseren dat iedere ordening die we maken onderdeel is van onze verbeeldingsidentiteit, dan kunnen we de draak te slim af zijn door daarin een vakje te maken voor de ‘verborgen verbeelding’. Daarmee wordt de verbeelding niet meteen zichtbaar, maar is ze wel minder verborgen. We weten immers in welk vakje ze zit. En als we vervolgens goed opletten dan blijkt die verborgen verbeelding wel degelijk sporen na te laten, bijvoorbeeld in de vorm van objecten en gedrag.

Onzichtbaar

Een groot deel van onze verbeelding is verborgen, omdat ze met de paplepel is ingegeven en die paplepel beperkt zich niet tot het eigen gezin, familie, of zelfs netwerk. Ik heb reeds uitgelegd hoe onze verbeeldingsidentiteit zich vormt in relatie tot de cultuur waarin we leven. Ik ga er dan ook van uit dat het grootste deel van onze verbeeldingsidentiteit klakkeloos vanuit de cultuur is overgenomen en niet wordt ondervraagt.

Ter illustratie van wat ik bedoel met verborgen verbeelding kunnen we eens kijken naar de afbeeldingen die ik heb verzameld tijdens een wandeling van enkele minuten rondom mijn huis. Om te kunnen begrijpen wat er te zien is op de afbeeldingen, en in te passen in het ego, is behoorlijk wat verbeelding nodig. Onder de afbeelding geef ik daarvan een eerste inventarisatie.

Muziek, instrument, klok, tijd, cijfers, geld, huizen, makelaar, bellen, slapen in een bed op een matras, winkel, vrijwilliger zijn, tweede hands, telefoonnummer, machine, kleding, wassen, deur, afsluiten van huizen, slot, fiets, houten planken, afsluiten van terreinen, verkeer, regulatie, parkeren, betalen, spelen, afval, honden uitlaten, arts, medische kennis, afspreken, weg, werken, tanken van benzine, auto, organisatie, advies, verzekeren, pensioen, ordenen door middel van namen.

Deze reeks schut ik uit mijn mouw en is direct verbonden met wat ik daadwerkelijk zie op de foto's. Het rijtje termen dat verwijst naar verborgen verbeelding kan vele malen langer worden als we ook de onderliggende verbeelding erbij betrekken. Het slapen op een matras gaat bijvoorbeeld ook over goed voor jezelf zorgen. Het speeltoestel gaat over de manier waarop we kijken naar spelende kinderen, hoe we veel voor hen over hebben (kijk hoe mooi de speelplaats gemaakt is, dat heeft heel wat gekost) en hen tegelijkertijd beperken, want kijk hoen klein de speelplaats is. De fietsen kunnen staan voor een stadse omgeving, voor vrije recreatie en voor Nederland fietsland. Verzekeren gaat over hoe we in onze verbeelding omgaan met risico’s in het leven en het idee van veiligheid creëren. Et cetera. We staan er niet bij stil, maar niets van dit alles is vanzelfsprekend. Het is allemaal bedacht en is aanwezig op basis van afspraken.

De voorbeelden van de foto's kun je uitbreiden tot alle cultuur die ons omringt en waarmee we ons moeten verhouden in het dagelijks leven, niet alleen in de concrete wereld, maar ook in onze verbeeldingswereld die gevoed wordt door journalistiek, sociale media, internet, boeken, reclame, et cetera. Veel van deze verbeelding vraagt van ons een bepaalde stellingname, die een enorme belasting is voor ons ego. Die moet van al die gepresenteerde mens- en wereldbeelden een eenduidig idee van de werkelijkheid proberen te construeren. Dat valt niet mee. Niet zelden zitten er in die beelden morele dilemma’s, die moeilijk te overbruggen zijn.

Verwrongen ego en wereldbeeld

Wat extra nadruk wil ik leggen op de verborgen verbeelding die ontstaat naar aanleiding van gedrag die de verbinding tussen mensen onder druk zet, zoals ontkenning, vernedering, mishandeling, of fysieke en/of emotionele verwijdering. Ik heb daar al naar verwezen als reden dat het ego vast kan lopen. Als er ons iets gebeurt wat we niet kunnen plaatsen, zal onze verbeelding hier een mouw aan moeten passen. Dat leidt bijna automatisch tot verwrongen ego’s, waarin gebeurtenissen onzichtbaar worden gemaakt, worden aangepast, mensen geloven dat er iets mis is met hen, dat ze niet goed genoeg, of ergens schuldig aan zijn en tot verwrongen verwachtingen waarbij zij onredelijk veel, of weinig verwachten van zichzelf en/of de ander. Dit past ook bij het beeld dat we kennen als trauma.

Als er sprake is van verborgen verbeelding, al dan niet gerelateerd aan trauma, weten mensen vaak niet waarom iets of iemand spanning, of angst bij hen oproept, waarom zij bevriezen, onredelijk kwaad worden, waarom zij zo hun best doen om iemand te ondersteunen, of te plezieren, of dat juist niet kunnen. Loyaliteit speelt in deze reacties een grote en ingewikkelde rol. In het artikel over de levensdomeinen ga ik bij het onderdeel EERBIED dieper in op wat loyaliteit is en hoe het ons leven beïnvloed. De sporen van verborgen verbeelding zijn hier gedrag dat we niet, of niet goed kunnen begrijpen.

Samenvatting

We kunnen onze verbeeldingsidentiteit zien als een driekoppige draak die zichzelf de taak heeft gegeven om onze cultuur te beschermen. Dat doen we in principe door te ordenen en te geloven. Geloven doen we in onze (kern)waarden, verhalen en gewoonten die ons dierbaar zijn. Ordenen doen we via onze gedeelde verbeelding, die ik afspraken noem, persoonlijke verbeelding, die ik ego noem en verbindende verbeelding, die ik verwachtingen noem. Veel van onze verbeelding is onbewust en verborgen. Dat kan komen omdat het onzichtbaar is, of juist te veel aanwezig om door de bomen het bos nog te kunnen zien, of omdat een verbeelding samengaat met een groot dilemma, waardoor het niet past in ons beeld van de werkelijkheid. Op deze manier zien we veel dingen over het hoofd. Het is allemaal te complex, of gewoon te veel.

De complexiteit van verbeelding kan de motor doen vast lopen, we kunnen in de war raken en ons geloof verliezen. We kunnen te maken krijgen met veel spanning en stress omdat onze individuele verbeelding niet aansluit bij de dominante groepsverbeelding, of omdat we teveel verwachtingen hebben, of ze te serieus nemen.

Verbeelding heeft dus op die manier veel invloed op het lichaam en ons welbevinden. Het is doorgaans niet prettig om in de war te zijn, of een vastloper te hebben. Toch hebben we het nog nauwelijks over gedrag gehad. En dat klopt, want gedrag is geen onderdeel van de verbeeldingsidentiteit. Toch komt veel van de invloed van verbeelding voort uit de manier waarop ze ons gedrag stuurt. Laten we daar eens naar gaan kijken.

 

Verbeelding, houding en gedrag

Houding en gedrag maken in principe geen onderdeel uit van de verbeeldingsidentiteit, omdat deze geheel uit verbeelding bestaat en houding en gedrag onderdeel zijn van de fysieke, reële wereld. Het is dan ook heel goed mogelijk om gebruik te maken van deze identiteit en lichamelijk gezien vrijwel niets te doen. We zijn dan in gedachten, zitten in ons hoofd, denken na, lezen een boek, zijn aan het ordenen, rekenen, analyseren, kijken naar een scherm, et cetera. We doen fysiek vrijwel niets, terwijl we in onze verbeelding heel actief kunnen zijn. Zolang die activiteit beperkt blijft tot onze verbeeldingsidentiteit verandert er niets in de werkelijkheid. Om dat voor elkaar te krijgen zullen we fysiek in actie moeten komen.

Daarvoor hebben twee andere basisidentiteiten tot onze beschikking: de beschermingsidentiteit en de verbindingsidentiteit. Dat zijn de twee basisidentiteiten die we inzetten om onszelf een houding te geven en om ons van gedrag te voorzien. Het meeste gedrag dat we vertonen is, natuurlijk, een samenwerking tussen deze twee gedragsidentiteiten, maar om de invloed van ieder beter te kunnen duiden zal ik ze apart van elkaar toelichten. Deze uitleg sluit aan op wat ik eerder schreef over gedrag in de eerdere artikelen.

Houding en handelen vanuit de beschermingsidentiteit

Omdat de verbeeldingsidentiteit, net als de beschermingsidentiteit, wordt aangestuurd door focusaandacht, wordt, als we onze verbeelding gebruiken, onze houding als vanzelf voor een groot deel bepaald door onze beschermingsidentiteit. Het is de meest vanzelfsprekende optie. Dit heeft vergaande gevolgen.

Werkend vanuit 'bescherming' is de wereld immers vol gevaar en/of behoeften en is ons wereldbeeld per definitie gekleurd, zoals in in het artikel over de beschermingsidentiteit heb toegelicht. Het gevolg is dat we onze verbeelding overdreven serieus gaan nemen en de spanning snel bezit neemt van ons lichaam. Dat zien we terug in ons gedrag. Binnen de beschermingsidentiteit hebben we daarin de ‘keuze’ uit redden, buiten houden, vechten, vluchten, bevriezen, bevredigen van behoeftes, begeertes, en driften.

Onder invloed van de beschermingsidentiteit gaan mensen zich verdedigen, worden boos, en zijn zelfs bereid om te vechten als hun overtuiging naar hun idee wordt aangevallen. Daarom zien we de draak als gevaarlijk. De verbeelding wordt zo serieus genomen dat het de verbinding teniet kan doen.
Geheel van een andere orde, maar ook het gevolg van zeer serieus nemen van verbeelding is als mensen gaan presteren alsof het leven er van afhangt en hartstochtelijk hun doelen najagen, of hun ideeën aan de man gaan brengen, omdat ze er echt in geloven.
Weer heel anders ziet het er uit als mensen gaan vluchten, of bevriezen, omdat ze zich schamen, of zich niet capabel voelen. Ook dat is het (te) serieus nemen van verbeelding.

Deze houdingen en dit gedrag kan gemakkelijk afstand creëren tussen mensen, niet zozeer omdat er sprake is van reële onveiligheid, maar omdat we gebruik maken van een houding die afstand scheppen in zich draagt. We houden buiten, of nemen een vecht-, vlucht-, of bevrieshouding aan. Hierdoor zullen we daadwerkelijk afstand voelen en gaan we elkaar benaderen alsof we elkaar niet vertrouwen. We krijgen een korter lontje, zijn eerder geïrriteerd en van het een komt het ander en ontstaan ruzies en conflicten.

Ruzie en conflicten zorgen voor veel problemen in het leven. Een andere negatieve bijwerking van houding en handelen te laten bepalen door de beschermingsidentiteit is de eigen gezondheid. Lange tijd te veel gebruik maken van een beschermende houding is namelijk onnatuurlijk, erg vermoeiend en ongezond. We zijn er gewoon niet op gebouwd. In de natuur zijn vechten en vluchten een uitzondering en bevriezen al helemaal. In de natuur gaat alles vooral zijn gangetje.

Hoewel het meestal niet op deze manier wordt beschreven, is het inmiddels gemeengoed dat werken vanuit de focusaandacht stress veroorzaakt en de verbinding tussen mensen niet ten goede komt. Er zijn dan ook veel communicatie- en samenwerkingsstrategieën uitgedacht die het gedrag vooral sturen vanuit de verbindingsidentiteit.

Handelen en houding vanuit de verbindingsidentiteit

Het is mogelijk om verbeelding-gestuurd te handelen en onze houding en handelen te ontlenen aan de verbindingsidentiteit. We hoeven daarbij 'alleen' op onze houding te letten. Die moet open en ontspannen zijn en blijven. Dat is een uitdaging als je doelgericht wilt werken, want doelen zijn stippen op de horizon die de focus versterken. Voor je het weet verlies je de verbinding. Het vergt dan ook enige oefening om binnen een doelgericht proces los te kunnen laten, zodat je contact kunt maken en af kunt stemmen en tegelijkertijd kunt beschermen waarin je gelooft.
Een manier om de open houding van mensen tijdens het proces te versterken is door verbindende woorden, verbeelding en ervaringen te gebruiken. Daardoor worden mensen meer ontspannen, meer stabiel en zijn geneigd om beter samen te werken.

Iedereen die doelgericht werkt en daarin met mensen te maken heeft, krijgt met deze uitdaging te maken en zal zich goed bewust moeten zijn van zijn, of haar houding. Een goede manager, leraar, arts, et cetera, weet echter dat verbinding tussen mensen het uiteindelijke resultaat ten goede zal komen.

 

Basishouding

Elk van de vier basisidentiteiten in het Aandachtmodel heeft een eigen basishouding. Dat is de houding waarmee de identiteit het best tot zijn recht komt. Voor de verbeeldingsidentiteit is dat geloven.

Door te geloven maak je de verbeelding, binnen je verbeelding tot werkelijkheid. Hoe meer je gelooft dat je verbeelding waarheid is, hoe serieuzer je je verbeelding en daarmee ook je verbeeldingsidentiteit zult nemen. Hoe strenger je geloof, hoe meer je je verbeelding voor waarheid aanziet. Geloven beperkt zich daarbij niet tot godsgeloof. Mensen kunnen al dan niet streng gelovig zijn op het gebied van hun kernwaarden, verhalen en gewoonten en die kunnen zich uiten op allerlei terreinen, zoals wetenschap, werkethiek, politiek, sociaal onrecht, geld verdienen, gezin, sport, kunst, traditie, et cetera. Je zou kunnen zeggen dat in al deze gebieden extremisme mogelijk is.
Je kunt spreken van extremisme als iemand geen ruimte meer kan maken in de eigen verbeelding om zich in te leven in de verbeelding van de ander en ook het sluiten van compromissen ontbreekt. Geloven is daardoor de voedingsbodem voor veel conflicten. Des te belangrijker is het om het gesprek aan te blijven gaan.

 

Het gesprek

Mijn doel met deze artikelen is een nieuw constructief kader te creëren om het gesprek te voeren over belangrijke zaken in het leven. In dit artikel zijn er weer een aantal onderwerpen in vogelvlucht langsgekomen waarvan ik hoop dat ze het gesprek waard zijn.

Ik heb al eerder duidelijk gemaakt dat ik niet onbevooroordeeld ben ten aanzien van verbeelding. Als ik zie welke druk verbeelding op het leven van mensen en de planeet legt, dan baart me dat zorgen.

Onze cultuur legt de verbeeldingslat zo hoog dat veel mensen in onze maatschappij niet 'gewoon' mee kunnen doen. Er is extra inzet van onderwijs en er worden allerlei vormen van hulp geboden, maar het is niet voldoende. Steeds meer mensen, jong en oud, kunnen het niet meer opbrengen, komen vast te zitten, raken verwart, hebben hulp nodig, of willen op momenten zelfs niet meer leven. En dan kunnen we het een burn-out, depressie, persoonlijkheidsstoornis, angststoornis, eetstoornis, obesitas, verslaving, psychotische stoornis, extremisme, verward gedrag, autisme, of dementie noemen, wat mij betreft hebben al deze mensen moeite om hun ego een acceptabel narratief te laten maken waarmee ze aan kunnen sluiten bij deze krankzinnige wereld.
En als we naast de mensen die duidelijk afwijken van de norm, iedereen optellen die regelmatig snakt naar vakantie, die het zo nu en dan niet meer zien zitten, die fysiek pijn hebben ten gevolge van stress en/of die het niet lukt om een leven op te bouwen bij degene waarvan zij houden, dan hebben we denk ik de meeste mensen wel in beeld.

Je hoort mij niet zeggen dat de hulp beter moet. Ik vind dat er minder hulp nodig zou moeten zijn. Lag de lat niet zo hoog, dan stel ik mij voor dat het ziekteverzuim, het aantal conflicten, burenruzies, huiselijk geweld, echtscheidingen en gezondheidsklachten een heel stuk lager uit zou vallen. Maar . . . bij wie kunnen we een klacht indienen? Bij wie kunnen we verhaal halen? Ik hoor het graag.

Dit is mijn mening. Ik hoor graag die van jou.

 

Volgend artikel

De verbeeldingsidentiteit was de laatste van de vier basisidentiteiten binnen het Aandachtmodel die ik apart in een artikel wilde toelichten. Elk vertegenwoordigt een bijzonder set eigenschappen en mogelijkheden en vormen een wezenlijk onderdeel van ons mens-zijn.
In het volgende artikel wil ik terug naar het overzicht en ook ingaan op de begeleidende gevoelens waaraan we merken of een basisidentiteit goed in haar vel zit of niet. Via deze gevoelens kunnen we gemakkelijk contact maken met de vier afzonderlijke basisidentiteiten, wat het inzicht in het model flink zal verbeteren.

 

Dank je wel voor het lezen van dit artikel. Heb je opmerkingen, of vragen, laat dan een reactie achter. En vond je het interessant, dan doe je me een groot plezier door dit artikel te delen met mensen waarvan je denkt dat het hen zal inspireren.

Hans de Win

 

Links naar de verschillende artikelen in deze serie Aandacht voor een nieuw mensbeeld:

  1. Inleiding
  2. Zijnsidentiteit
  3. Beschermingsidentiteit
  4. Verbindingsidentiteit
  5. Verbeeldingsidentiteit, grip op verbeelding
  6. Aandacht voor signaalgevoelens, voelen en emoties
  7. Tussentijdse samenvatting
  8. De levensdomeinen
  9. Afronding en handleiding, aandacht voor identiteit en systemen