Naar een aandachtgerichte kijkwijze en een open basishouding

Over de relatie tussen verbeelding en ons vecht- en vluchtgedrag.

Inleiding

In het boek Sapiens, beschrijft Yuval Noah Harari de geschiedenis van de mens. Ik wil iedereen aanraden dat boek en ook het vervolg, Homo Deus, te lezen om zicht te krijgen op de menselijke en maatschappelijke ontwikkeling, vanaf de oertijd tot nu, inclusief de belangrijke uitdagingen die onze huidige tijd kenmerken. Ik ga geen uitgebreide samenvatting geven van Sapiens en beperk me tot de vaststelling dat de geschiedenis van de mens een bijzondere samenloop van omstandigheden is met ongewenste bijwerkingen. Ik ben vooral geïnteresseerd in die bijwerkingen.

Rode draad in de geschiedenis van de mens is een bijzondere eigenschap: verbeelding. Harari verwijst er op verschillende manieren naar. We konden ons iets voorstellen, een idee hebben, los van de werkelijkheid. We ontwikkelden daarmee materiële hulpmiddelen waarmee we fysiek in konden grijpen in de wereld, zoals bijlen en ploegen, en niet-materiële hulpmiddelen als taal met woorden, regels en verhalen waardoor we in grote groepen konden samenleven.

In de loop van de tijd heeft dat creëren vanuit onze verbeelding een enorme vlucht genomen. Materiële- en niet materiële hulpmiddelen zijn steeds ingewikkelder geworden en beheersen meer en meer onze manier van leven. Verbeelding drukt daarmee een steeds groter stempel op ons leven en omdat we met steeds meer mensen zijn en steeds meer ingrijpen in de wereld, wordt de druk op onze leefomgeving groter en groter. Ik denk niet dat homo sapiens de enige soort met verbeelding, of taal is op deze planeet, maar wat wij er mee doen kun je denk ik wel uniek noemen. En dat geldt zowel in constructieve, als in destructieve zin. Ik denk dat het veilig is om te zeggen dat zowel datgene wat we bereikt hebben, als de grote uitdagingen waar we voor staan op het gebied van samenleven, gezondheid en milieu te maken hebben met de manier waarop homo sapiens zijn verbeelding gebruikt en gebruikt heeft. Verbeelding heeft ons gebracht waar we nu zijn. De vraag is of verbeelding geschikt is om de problemen op te lossen die we ermee hebben gecreëerd?

Aan het eind van dit artikel zal ik een antwoord geven op die vraag, maar ik wil starten met een andere vraag die ik gemist heb in de boeken van Harari, namelijk: op welke manier wordt verbeelding geactiveerd? Ofwel: wat maakt verbeelding mogelijk?

Het antwoord op die vraag vind ik als ik naga wat ik nodig heb om me iets te verbeelden. Wat ik nodig heb is aandacht, en wel een bijzondere vorm van aandacht, die ik focusaandacht noem. (Waarom ik dat zo noem kom ik later op terug.) Focusaandacht is de voorwaarde voor verbeelding en als we zien wat we allemaal kunnen met onze verbeelding, durf ik te stellen dat homo sapiens wereldkampioen focusaandacht is.

Een vraag die ik vervolgens wil stellen is: waar komen toch die destructieve gevolgen van verbeelding vandaan? Waarom vinden we het volgen van regels vaak belangrijker dan het welzijn van mensen? Hoe komt het dat we kunnen doden in naam van een geloof? Is de mens van nature slecht? Dat denk ik niet. Ik denk dat er een biologische reden voor is. Als we namelijk kijken naar hoe wij als mens werken dan blijkt dat focusaandacht niet alleen onze verbeelding, maar ook ons beschermingsmechanisme aanstuurt. Zowel verbeelding als ons beschermingsmechanisme worden aangestuurd vanuit alertheid en oplettendheid. Dit betekent dat hoe meer we gebruikmaken van verbeelding, hoe meer we in ons gedrag gebruik maken van een vorm van vechten, vluchten en bevriezen. Dat mensen in de vechtstand gaan als hun overtuiging wordt aangevallen is daar het directe gevolg van.

In dit artikel wil ik je meenemen in een aandacht-gerichte kijkwijze om meer zicht te krijgen op de relatie tussen aandacht, verbeelding en ons vecht-, vlucht- en bevriesgedrag. Nadat we stil hebben gestaan bij de sociale vertaling hiervan, wil ik wat dieper ingaan op de destructieve ‘bijwerkingen’ en afsluiten met de manier waarop ik denk dat we de bijwerkingen kunnen beperken.

De afgelopen 20 jaar heb ik in mijn werk in pleegzorg en aikido onderzocht wat aandacht, en gebrek aan aandacht, doet met mensen en hoe we met onze aandacht invloed hebben en kunnen sturen. Dit artikel koppelt dit doorleefde perspectief aan kennis over ons beschermingsmechanisme.

Verbeelding zie ik als het vermogen om ergens een voorstelling van te maken. Als mens gebruiken we dit vermogen om betekenis te geven aan wat we waarnemen en wat we doen. Verbeelding omvat al je aannames, oordelen en verwachtingen. Dat zijn er zoveel dat je slechts van een fractie bewust bent. Je wordt naar mijn idee niet met verbeelding geboren. Een pasgeboren baby heeft nog geen verbeelding.

1 De mens zien als aandachtwezen

Zo simpel als het is om aandacht te ervaren, zo lastig is het om er een beschrijving van te geven. De beschrijvingen die ik heb gevonden lopen uiteen van oplettendheid, via een cognitief proces van waarnemen tot bewustzijn. (Zie mijn eerste artikel over aandacht voor meer achtergrond hierover.) Aandacht is wat mij betreft met alle drie en met nog veel meer verbonden. Ik zie aandacht als de basis, of beter gezegd, de voorwaarde voor interesse, waarnemen, bewustzijn, denken en actiegerichtheid. Aandacht creëert verbindingen; het maakt iets mogelijk. Zonder aandacht zou er geen interesse, bewustzijn, waarneming, of gerichte actie zijn. Je zou je niet kunnen oriënteren, niet kunnen genieten, onderzoeken, of leren. Via aandacht verhouden we ons met de wereld waarin we leven. In de tijd gezien betekent dit, dat de manier waarop en waarvoor mensen aandacht hebben gehad, de basis vormt voor de menselijke ontwikkeling en beschaving tot nu toe. Het betekent ook dat de manier waarop en waarvoor we aandacht gaan hebben onze verdere ontwikkeling zal bepalen.

Ik wil overigens niet beweren dat aandacht exclusief een mensending is. Ook dieren en planten zie ik, net als mensen, als aandacht-wezens, met vaak bijzondere aandacht gerelateerde eigenschappen die enorm kunnen verschillen met die van de mens. Denk aan het richtingsgevoel van de postduif en het reukvermogen van een hond; allemaal aandacht gerelateerd.

De mens zien als aandacht-wezen, die op deze wereld leeft samen met andere aandacht-wezens, is stap één naar een aandachtgerichte kijkwijze. Het geeft niet alleen een mooie ingang om te kijken naar de relatie tussen mensen, dieren en planten, maar laat ons ook beseffen dat ons leven door aandacht wordt gestuurd. Veel mensen denken bij aandachtsturing aan reclame en sociale media, maar aandachtsturing is wat mij betreft veel breder. Alle taal-, muziek- en kunstuitingen, alle beelden, websites, spelvormen en journalistiek zijn aandachtsturing, net als alle vormen van onderwijs, politiek, therapie en opvoeding. En ook het werk wat jij en je collega’s doen is waarschijnlijk niets anders dan aandachtsturing; sturing van de eigen aandacht en/of die van anderen. Heb je je aandacht er niet bij, dan kun je waarschijnlijk net zo goed naar huis gaan.

2 Twee soorten aandacht

Sta je er wel eens bij stil dat iemand die boos is een heel ander mens lijkt te zijn, dan dezelfde persoon die aardig en goed aangesloten is? Dat heeft naar mijn idee alles te maken met aandacht. Als iemand boos is, dan zit zijn aandacht hoog. Is iemand aardig en goed aangesloten, dan zit zijn aandacht laag. Je zou kunnen zeggen dat we gebruik maken van verschillende soorten aandacht. Ik benoem die als brede aandacht en focusaandacht. 

Stap twee naar een aandachtgerichte kijkwijze is beseffen dat mensen gebruik kunnen maken van twee verschillende vormen van aandacht. Ieder heeft een eigen functionaliteit en gaat gepaard met een ander soort ‘aanwezigheid’ en fysiologie. Deze fysiologie heeft alles te maken met ons beschermingsmechanisme. Afhankelijk van de aandacht die je gebruikt, kijk je anders naar de wereld en heb je een andere sociale interactie. Het is dus niet alleen belangrijk wát aandacht krijgt, maar vooral ook hóe iets aandacht krijgt. Het maakt verschil of iets brede aandacht krijgt, of focusaandacht. Om het verschil tussen de twee soorten aandacht beter te begrijpen wil ik je meenemen naar de basisprincipes van ons aandachtsysteem.

De basis van ons aandachtsysteem is oeroud en heeft te maken met de manier waarop we in verbinding staan met de wereld om ons heen. Het heeft in de kern maar twee variabelen. Dat is de mate van openheid en de mate van filtering. De mate van openheid maakt of je veel of weinig aandacht hebt. Ben je open, dan is er veel verbinding, ben je meer gesloten, dan heb je minder verbinding. Het is als het ware een volumeknop voor de mate van verbinding. De tweede variabele, filtering, maakt dat je je aandacht kunt richten. Je kunt focussen, het een meer aandacht geven, dan het andere. Vertaald naar meters en knoppen zou je het voor kunnen stellen als in nevenstaande figuur.

Het feit dat er knoppen zijn, zou je het idee kunnen geven dat je behoorlijk wat controle hebt over je aandacht. Dat is maar deels het geval. Alles wat je aandacht trekt, draait namelijk aan die knoppen.

Brede aandacht

Is er openheid en weinig tot geen filtering, dan is er sprake van brede aandacht. Brede aandacht geeft ons een open, ontspannen houding. We zijn gezond alert en gebruiken weinig energie. (Denk aan iemand die op een bankje zit te kijken en niks zit te doen, of beter nog: denk aan een koe in de wei.) Via de brede aandacht zijn we verbonden met de wereld om ons heen en omdat we aan deze verbondenheid onze stabiliteit ontlenen, kun je zeggen dat brede aandacht verantwoordelijk is voor onze stabiliteit. In het dagelijks leven gebruiken we brede aandacht om goed contact te maken, ons verbonden te voelen, goed naar iemand te luisteren en compassie te hebben. Brede aandacht brengt namelijk acceptatie, overzicht en rust. In de brede aandacht hebben we geen oordelen en zijn niet doelgericht. We hebben brede aandacht vanuit ons centrum. Je gaat automatisch naar je brede aandacht als je ontspant, zonder weg te zakken, of als je vanuit je centrum verbinding maakt.

Focusaandacht

Focusaandacht gebruiken we als iets onze aandacht doet versmallen. Dat kan een behoefte zijn (bijvoorbeeld eten, drinken, of sociale interactie), of verbeelding (bijvoorbeeld het idee dat je iets moet gaan doen, of een oordeel dat je hebt), of beide. Als de aandacht versmalt, wordt deze doelgericht, waarbij geldt: hoe belangrijker iemand het doel vindt, hoe groter de focus zal zijn. Focusaandacht zit hoog in het lichaam. Het beïnvloed onze ademhaling, die wordt korter, het maakt ons oplettend, activeert ons lichaam, ons beschermingsmechanisme en, zoals gezegd, ook onze verbeelding, we gaan als het ware in ons hoofd zitten. We gebruiken focusaandacht als we iets onderzoeken, willen bereiken, willen voorkomen, plannen, of nadenken.

Hoe meer je focust, hoe meer focusaandacht je houding en gedrag zal bepalen. Hoe die houding en dat gedrag er uit ziet hangt af van heel veel factoren, onder meer van de richting van de focus. De focus kan namelijk naar buiten, of naar binnen gericht zijn (zie ook de afbeelding). Als onze focusaandacht naar buiten is gericht, is onze energie en kracht ook naar buiten gericht. We zijn dan actief naar buiten toe, kunnen soms bergen verzetten en zijn, als het nodig is, bereid om te vechten (of vluchten) om te krijgen wat we nodig hebben. Als de focusaandacht naar binnen is gericht, worden we stil en sluiten ons af: we bevriezen. We willen dan voorkomen dat we contact maken. De inspanning zit als het ware op de afsluiting. In deze toestand voelen we minder pijn. Deze houding kan daarom als bescherming worden ingezet in situaties waarin we ons onmachtig voelen en vechten, of vluchten geen zin hebben. Om je goed af te sluiten is flink wat aandacht nodig. Die inzet is aan de buitenkant niet goed waar te nemen. Wanneer een sterke focushouding zich in ons systeem vastzet, en voortduurt ook nadat de dreiging weg is, spreken we van een trauma. We blijven dan vechten, vluchten, of bevroren ook al is dat niet meer nodig. Een trauma kan daardoor zowel sociaal als fysiek ernstige gevolgen hebben.

Hoewel sommige mensen het lastig vinden, is voor de meeste mensen het verschil tussen brede aandacht, naar buiten gerichte focusaandacht en naar binnen gerichte focusaandacht fysiek goed te voelen. Probeer maar eens uit. Ga eens lekker in de brede aandacht zitten. Focus je vervolgens een tijdje op iets in de ruimte en ga daarna met je focusaandacht naar binnen, in je lichaam. Voel hoe je lichaam reageert op deze verschillende vormen van aandacht.

3 Van brede aandacht naar focusaandacht als belangrijkste aandacht

Stap drie naar een aandacht gerichte kijkwijze is beseffen dat onze moderne manier van leven, letterlijk, een andere aandacht vraagt dan een natuurlijke manier van leven.

In de natuur is brede aandacht het vanzelfsprekende uitgangspunt om het leven vorm te geven. In de natuur geldt: je bent in rust, tenzij je iets moet doen. Dieren doen in principe alleen wat nodig is en gebruiken niet meer energie dan nodig is. Dat is niet meer dan logisch, want in de natuur is energie in principe schaars.

In onze cultuur werkt het inmiddels totaal anders. In plaats van wat nodig is, doen we vaak wat mogelijk is. Je kunt het verwoorden als: je bent actief, tenzij je rust nodig hebt.

Natuurlijk is iedere algemene uitspraak over het leven ongenuanceerd, maar in algemene zin kun je zeggen dat brede aandacht niet langer de basis vormt van het moderne leven.

Die plaats is ingenomen door focusaandacht. De belangrijkste reden daarvoor is dat verbeelding, in de vorm van doelen, regels, verwachtingen en aannames, de basis is geworden waarop we ons leven bouwen. We staan op met verbeelding en we gaan er mee naar bed. We gaan er mee naar ons werk en komen er mee thuis. Zelfs onze vakantie en als we niets doen is vaak gevuld met verbeelding. We gebruiken de hele dag door verbeelding en focusaandacht om zicht te houden op onze doelen, verwachtingen en aannames. De momenten dat we zelf brede aandacht hebben voor, of krijgen van een ander, ervaren we zo langzamerhand als bijzondere momenten.

Het grootste deel van onze tijd zitten we dus in de focusaandacht, die, zoals ik eerder heb aangegeven, ook verbonden is met ons beschermingssysteem. Maar we zijn niet de hele dag aan het vechten, vluchten, of bevriezen. Hoe zit dat?

4 Focusaandacht in een sociale context

Stap vier naar een aandachtgerichte kijkwijze is leren zien hoe we de manier van doen die we van nature gebruiken om onszelf te beschermen, nu gebruiken in een maatschappelijke en sociale context. In de loop van de tijd hebben we geleerd om onze vecht-, vlucht- en bevrieshouding te vertalen naar sociaal gedrag.

Zie je bijvoorbeeld iemand ergens zijn best voor doen, dan zou je kunnen zeggen dat hij daarvoor zijn vechthouding gebruikt. Er is namelijk sprake van focusaandacht en inspanning. Die vechthouding kan heel gering zijn, maar zal steeds duidelijker worden naarmate het doel belangrijker wordt en de inzet groter. Inspanning en focus kunnen overigens ook door een vluchthouding ingegeven zijn. In een maatschappelijke context zijn vechten en vluchten namelijk niet makkelijk van elkaar te onderscheiden. Beide zijn actief en doelgericht en kunnen ook samen gaan. Als iemand zich stort op zijn werk, dan doet hij enorm zijn best (vechthouding), maar het kan heel goed zijn dat hij dit doet, omdat hij iets anders liever geen aandacht wil geven (vluchtgedrag).

De bevrieshouding, waarbij de aandacht zich naar binnen richt, kent vele maatschappelijke varianten. We nemen ‘me-time’, kijken weg, of cijferen onszelf weg. Deze houding varieert in het dagelijks leven dus van “even niks doen” naar “niets meer kunnen voelen”. We gebruiken deze houding vaker dan we zelf door hebben. We kijken bijvoorbeeld weg en houden ons in als we worden geconfronteerd met asociaal gedrag, sociaal onrecht, dierenleed, of milieuproblemen die onze pet te boven gaan.

Veel van ons gedrag is een afgeleide van vechten, vluchten en bevriezen of een combinatie van deze drie. Een combinatie kan heel ingewikkeld worden. Weerstand is bijvoorbeeld een combinatie van vechten en bevriezen en jezelf inhouden is een combinatie van vluchten en bevriezen. In beide gevallen doen we ons best om geen verbinding te maken. We kunnen echter ook weerstand ontwikkelen om ons in te houden.

Een leven dat geleefd wordt vanuit focusaandacht vraagt om een nieuw knoppenmodel. Als we de maatschappelijke vertaling van vechten, vluchten en bevriezen omzetten naar drie knoppen, dan krijgen we één knop voor onze doelen, één voor de uitvluchten en één waarmee we uit kunnen rusten en in noodgevallen ook ons gevoel uit kunnen zetten. Ik noem dit voor het gemak het drie-knoppen model.

We gebruiken dit systeem naast het natuurlijke model dat ik eerder heb beschreven, waarin de brede aandacht de basis vormt. Hoe meer je vanuit focusaandacht leeft, hoe meer het natuurlijke model als het ware wordt overschreven door het drie-knoppen model, hoe meer het leven voelt als overleven. Bij de een gebeurt dat meer dan bij de ander.

Leven vanuit focusaandacht is behoorlijk ingewikkeld en niet iedereen is er even kundig in. We maken dan ook regelmatig ‘foutjes’ en/of zijn in de war. We hebben bijvoorbeeld een kort lontje, voelen ons afgewezen, of durven niet te reageren, terwijl dat wel gezond zou zijn. Ik denk dat veel van de misverstanden en conflicten tussen mensen, maar ook veel psychische problemen en stoornissen begrepen kunnen worden vanuit dit drie-knoppen model.

5 Bijwerkingen van focusaandacht en verbeelding

Met de dominante rol die focusaandacht heeft in het moderne leven kunnen we denk ik veel van het gedrag dat zo typisch is voor de moderne mens verklaren. Zo voelt het opeens niet meer dan logisch dat mensen zoveel in hun hoofd zitten en is het begrijpelijk dat er zoveel conflicten zijn tussen mensen. Het zijn bijwerkingen van verbeelding en focusaandacht. Stap 5 naar een aandachtgerichte kijkwijze is zicht krijgen op de beperkingen en destructieve bijwerkingen van focusaandacht en verbeelding op grote schaal. Ik geef van allebei enkele voorbeelden.

Minder brede aandacht

Het leven in de focusaandacht maakt dat we minder brede aandacht hebben. Voor brede aandacht moeten namelijk alle drie de knoppen uitgezet worden. Dat betekent: geen doelen stellen, geen uitvluchten zoeken, niet niks doen en niet wegkijken. Het betekent ook je eigen ideeën niet belangrijk vinden en je ego, je zelfbeeld, temperen. Voor veel mensen klinkt dat als een hele opgave. Het is dan ook voor veel mensen niet meer vanzelfsprekend om brede aandacht te hebben. Als we ons vervolgens realiseren waar we de brede aandacht ook alweer voor nodig hebben, dan wordt duidelijk welk offer we hebben gebracht met onze moderne manier van leven. Veel mensen vinden het in deze tijd oprecht moeilijk om zich verbonden te voelen en hebben grote moeite om in balans te blijven. Het gevolg is leed in allerlei soorten en maten. Van burenruzie tot burn-out, van depressie tot vechtscheiding.

Doel- en prestatiegerichtheid

Focusaandacht maakt ons doelgericht en prestatiegericht. We maken daarbij in een veilige omgeving gebruik van onze vecht- en vluchtmodus. We hebben doelen in allerlei soorten en maten; van groot tot klein, van werk tot privé en zo’n beetje alles wat we doen kunnen we zien als een prestatie. Van gezond eten, via op tijd komen, tot een deadline halen. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Dat wordt het pas als onze verbeelding maakt dat we onze doelen echt belangrijk vinden en we ons zelfbeeld gaan creëren op basis van onze prestaties, want dan ervaren we het niet halen van doelen als een grote tegenslag, alsof ons iets ergs overkomt, alsof we verloren hebben. Zo kan iemand die tweede wordt op een sporttoernooi in zak en as zitten, omdat hij niet gewonnen heeft. Op die manier creëren we heel veel spanning en stress en kunnen gemakkelijk de verbinding kwijt raken, omdat doelgericht werken een tunnelvisie met zich meebrengt. Zowel stress als gebrekkige verbindingen verzwaren het leven. Ook een prestatie die je als groep neerzet, kan spanning creëren en gevoelens van verlies, zij het bij de tegenpartij. Naast stress creëert prestatiegericht denken ook ongelijkheid. Daar ga ik zo meteen verder op in.

Doel- en prestatiegericht werken, zonder dat daar een basisbehoefte aan ten grondslag ligt, is niet natuurlijk. We moeten het leren. We leren kinderen dan ook al vanaf jonge leeftijd om te presteren en doelen te halen. Heb je geen doelen en doe je alleen wat nodig is om gezond te leven, je natuurlijke staat, dan vinden mensen dat al snel een probleem en niemand wil een probleem zijn. Leven ís geen prestatie, maar het leven zien als optelsom van prestaties is de maatschappelijke norm. Die is dwingend en creëert veel stress.

Spanning en stress

Misschien wel de meest in het oog springende bijwerking van focusaandacht is de fysieke spanning en stress die er mee gepaard gaat. Dat dat zo is, is fysiek volkomen logisch en verklaarbaar als je je realiseert dat focusaandacht ons beschermingsmechanisme aanstuurt. Heel veel van de problemen waar we maatschappelijk mee worstelen zijn stress gerelateerd. Even zoeken op internet geeft een enorme lijst. Hier een verkorte versie: lusteloosheid, eetproblemen, hoofdpijn, spierpijn, slaapstoornissen, hoge bloeddruk, duizeligheid, geïrriteerdheid, cynisme, gejaagdheid, concentratieproblemen, onzekerheid, vijandigheid, ontevredenheid, angst, weinig zelfrespect. Te veel stress kan leiden tot hart- en vaatziekten, infectieziekten en aandoeningen aan spieren en gewrichten, meer gebruik van koffie, alcohol, sigaretten en medicatie, met alle bijwerkingen die daar weer bij horen. Het gevolg van dit alles is niet alleen fysiek ongemak en ziektes, maar ook sociale spanningen, zoals pesten, eenzaamheid, burenruzies, depressiviteit, gebroken gezinnen en vijandigheid tussen groepen mensen.

Gezien de lichamelijke en sociale destructieve werking van stress lijkt het me van groot belang dat de relatie tussen focusaandacht en ziekten, aandoeningen en stoornissen nader wordt onderzocht. Zover ik weet gebeurt dat nog niet. Ik hoor het graag als ik me vergis.

Ongelijkheid

Focusaandacht creëert een ik en jij-gevoel. Via onze sociale loyaliteit en onderlinge afhankelijkheid wordt dat in een samenleving vergroot naar een wij en zij-gevoel en via verbeelding wordt dit vertaald naar een geloof in ongelijkheid. Ongelijkheid betekent dat de ene (soort) mens meer waard is, beter is, dan de andere (soort) mens. Dit is altijd verbeelding. Dit geloof is destructief, want het creëert conflicten in alle soorten en maten. De geschiedenis laat ons daar afschuwelijke voorbeelden van zien. Denk bijvoorbeeld aan de Jodenvervolging en ons slavernijverleden. Beide waren alleen mogelijk vanuit verbeelding die gebaseerd was op ongelijkheid. Deze basale verbeelding bestaat nog steeds en uit zich op tal van gebieden. Ik denk bijvoorbeeld aan de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, tussen mensen met en zonder geld en tussen hoog en laag opgeleide mensen. Ik had ook andere voorbeelden kunnen geven. Het gaat me er alleen om te benoemen dat het geloof in ongelijkheid nog springlevend is.

Een beperkte brede aandacht, geloof in ongelijkheid, doel- en prestatiegerichtheid en veel stress vanwege de dominante focusaandacht is een cocktail die het leven van heel veel mensen verzwaard en catastrofaal is voor veel van het overige leven op aarde. Als we om ons heen kijken wordt dat pijnlijk duidelijk. Dieren worden dagelijks met miljoenen tegelijk geofferd en ik ken bijna niemand die niet te maken heeft met pijnlijke verbindingen, onzekerheid, vermoeidheid en/of lichamelijke beperkingen die het leven verzwaren en ik sta in die waarneming helaas niet alleen.

Welke verandering is nodig?

6 Naar een open basishouding

Wat naar mijn idee nodig is, is een verandering van houding, waarin meer accent ligt op brede aandacht en minder op focusaandacht. Dat zal ons geloof in ongelijkheid verminderen en doelen en prestaties minder heilig maken. We zullen steeds meer gaan beseffen dat problemen, die het gevolg zijn van teveel focusaandacht, niet opgelost kunnen worden met nog meer focusaandacht. Vermindering van conflicten, meer gelijkwaardigheid en een toenemend gevoel van verbondenheid zal het algemene stressniveau van mensen doen dalen. We zullen gezonder worden en elkaar meer durven te vertrouwen. Mensen zullen minder kiezen voor het eigenbelang en meer voor het gezamenlijke belang en we zullen gaan zien dat er niemand schuldig is aan de problemen waar we tegenaan lopen. We hoeven dus ook niemand te bestrijden. Het is zo gelopen, omdat onze verbeelding onverwachte bijwerkingen heeft die we als maatschappij nog niet zo goed begrijpen en nog niet zo goed kunnen reguleren. Het was en is “een bijzondere samenloop van omstandigheden met ongewenste bijwerkingen”. We zullen gaan zien dat we ook daarin lerend kunnen zijn. Niet onze verbeelding, maar onze verbindingen zullen centraal komen staan.

Wat kunnen we doen om de macht die verbeelding heeft te verkleinen? Ik denk dat dat het best kan door de verbeelding wat minder serieus te nemen: het is maar verbeelding. En het is onze verbeelding. Als we iets dat we zelf maken, de baas laten spelen over ons leven, dan zijn we niet goed bezig. De verbeelding minder serieus nemen, minder macht geven, zal voor veel mensen niet gemakkelijk zijn, want verbeelding minder serieus nemen betekent niet alleen onze waanideeën, maar ook onze waarden, regels, overtuigingen en het beeld van onszelf, onze identiteit, inclusief onze verlangens, wat minder serieus nemen. Hoe gaan we dat doen?

De beste manier om onze verbeelding wat minder serieus te nemen is door onze verbindingen wat serieuzer te nemen en dat is precies wat er gebeurt als we onze brede aandacht belangrijker maken dan onze focusaandacht. Door naar de brede aandacht te gaan, creëren we automatisch afstand tot verbeelding. Verbindingen komen dan weer prominent in beeld, niet als doel, maar als gegeven, want verbindingen bestaan, daar hoef je geen moeite voor te doen. Deze open houding, waarin verbeelding tweede viool speelt en verbindingen eerste viool, noem ik in mijn lessen en cursussen ‘de basishouding’.

Een open basishouding betekent dat je een goed begrip hebt van de situatie, maar niet in je hoofd zit. Je bent ontspannen en kunt in actie komen zonder deze ontspannenheid op te geven. Je stemt af op een manier die past bij de gewenste verbinding. Wat we daarvoor af moeten leren is onze natuurlijke reflex om in de vecht-, vlucht-, of bevrieshouding te schieten als we ons wat onveilig voelen en onze culturele reflex dat we altijd ons best moeten doen als we iets willen bereiken.

Een open basishouding is geen onbereikbaar ideaal. We doen het namelijk al, zij het op kleine schaal. Alles wat je heel gemakkelijk doet, zonder moeite, maar met mooie aandacht, doe je namelijk in de basishouding. Dat kan variëren van het pakken van een kopje uit de kast, tot het uitvoeren van ingewikkelde handelingen waarin je je hebt bekwaamd. Op die momenten gebruiken we de twee vormen van aandacht tegelijkertijd en voelen geen onderscheid. We doen het als één geheel. Dit een-geheel creëert geen ongelijkheid, geen ik en jij.

Het idee van handelen als één geheel vinden we terug in vele holistische levensovertuigingen, martial arts en disciplines die de gezondheid bevorderen, zoals yoga, qigong, tai chi en mindfulness. De open basishouding, die je ook ‘meesterschap van aandacht’ zou kunnen noemen, dat klinkt wat interessanter, is dus niet nieuw, daar ben ik mij van bewust. Voor mij waren pleegzorg en aikido de inspiratiebronnen naar deze inzichten.

Niet nieuw dus, maar wel een nieuwe verwoording en benaderingswijze die een verklaring biedt voor veel problemen waar we in deze tijd mee worstelen en die ook handvaten biedt om te kunnen zoeken naar een gezondere balans. Deze theorie wordt inmiddels ondersteund door vele oefeningen die ik ontwikkeld heb de afgelopen jaren, waarin de relatie tussen mensen centraal staat. Deze oefeningen deel ik graag met iedereen die daarin geïnteresseerd is. Dat doe ik via workshops, cursussen en de aikidolessen. Leven vanuit de basishouding is leven vanuit de kracht van verbinding

Dank je wel voor het lezen van dit artikel. Als je wilt reageren, stel ik dat zeer op prijs en ik wil je uitnodigen om dit artikel te delen.

Hans de Win