Aandacht voor de handleiding

Het ei is gelegd

Dit is hem dan. Het laatste artikel van de reeks waarin ik het Aandachtmodel heb ontwikkeld. Het ei is gelegd.

Ik zal meteen maar eerlijk toegeven dat het wat anders is gelopen dan ik had verwacht. Om te beginnen was het veel zwaarder en hebben enkele stappen veel meer tijd gekost dan ik mij tevoren had ingebeeld. Het domein wat ik heb onderzocht bleek vele malen onoverzichtelijker, groter en vooral meer aanwezig dan ik had verwacht. Het leek af en toe alsof ik met een zaklamp de zon aan het onderzoeken was. Aan de andere kant en waarschijnlijk daardoor, hebben de afgelopen maanden mij meer nieuwe inzichten en doorkijkjes gebracht dan ik had durven hopen.

Het meest van belang vind ik de ontdekking van de draak die zich meester maakt van ons leven op een schaal en met manieren waar ik me nog niet van bewust was en geen voorstelling van kon maken. Ik heb de draak in de ogen kunnen kijken en ik kan zeggen dat dat af en toe erg spannend is geweest. Ook verrassend waren voor mij, geloof het of niet, de signaalgevoelens. Die zijn natuurlijk volkomen vanzelfsprekend (je kunt gewoon voelen hoe het met je gaat), maar ik heb niet eerder de link gelegd naar de verschillende identiteiten. Met het onderscheid tussen voelen, gevoelens en emoties komt er meer duidelijkheid tussen het ZIJN en de uiting daarvan, al is daar nog veel werk te doen.

Ik heb met het schrijven van de artikelen een doel voor ogen gehad. In het eerste artikel heb ik dat als volgt omschreven: Mijn doel is om . . . een mensbeeld (model en handleiding) te beschrijven dat ingezet kan worden om vanuit een nieuw kader het gesprek te voeren over persoonlijke ontwikkeling, relatie en gewenste veranderingen in organisatie en maatschappij.

Ik ben tevreden over het model en de uitleg zoals die nu in de steigers staan en heb het gevoel dat ik het eerste onderdeel van mijn doel af kan vinken. Dat wil niet zeggen dat het model af is. Ongetwijfeld zullen er nog veranderingen komen en zal er verdere verdieping en uitbreiding plaatsvinden. Ook zal ik nog een modus moeten vinden om de complexiteit zo eenvoudig en inzichtelijk mogelijk te presenteren.

Daarmee komt de volgende stap in zicht: het daadwerkelijk gaan gebruiken van het model voor reflectie en begeleiden van veranderprocessen. Om dat te vergemakkelijken hebben we een handleiding nodig. Ik begin echter met het koppelen van het model aan twee kernbegrippen die onlosmakelijk met reflectie en begeleiden van veranderprocessen samenhangen. Dat zijn identiteit en systeem. Ik zal het artikel afsluiten met een uitnodiging.

 

De relatie tussen aandacht en identiteit

De relatie tussen aandacht en de menselijke identiteit staat al enige tijd op mijn verlanglijstje. Al meer dan een jaar geleden heb ik aangekondigd deze relatie in kaart te willen brengen, maar iedere keer als ik het probeer buigen mijn woorden een andere kant op, of komen er thema’s in beeld die eerst onderzocht moeten worden. Inmiddels zijn we tien artikelen verder en krijg ik steeds meer zicht op de ingewikkeldheid van de relatie tussen aandacht en identiteit. Door meer grip te krijgen op het begrip identiteit worden ook de mogelijkheden tot zinvolle reflectie en het begeleiden van veranderprocessen door middel van het model vergroot.

Onder identiteit versta ik datgene wat we ZIJN. In het kader van deze zoektocht maak ik binnen onze identiteit een onderscheid tussen onze fysieke houding en aanwezigheid en het niet fysieke aspect van identiteit.

 

Fysieke houding en aanwezigheid

Onze identiteit wordt voor het grootste deel bepaalt door kenmerken die alle mensen gemeen hebben. Het bestaat uit eigenschappen die onderdeel zijn van ons DNA en aangestuurd worden door levensaandacht. Ze zijn niet onveranderlijk, want veel hangt af van de aandacht die ze krijgen, maar in zekere zin wel gedefinieerd. In de vier artikelen over onze basisidentiteit heb ik ze beschreven. We leven, hebben een bepaald soort lichaam, zijn kwetsbaar, kunnen ons op verschillende manieren beschermen, contact maken, afstemmen, ons iets verbeelden, et cetera. Dit is onze basis.

Om zicht te krijgen op het gedeelte van onze identiteit dat iemand bijzonder maakt ga ik gebruik maken van de begrippen type, aanleg, karakter en humeur. Via deze begrippen kan ik aangeven hoe sterk een houding of eigenschap verankerd zit in ons ZIJN. Dit is belangrijk in het kader van mogelijke veranderprocessen.

De termen aanleg en type gebruiken we om wezenskenmerken van iets of iemand aan te geven. Deze zijn onvervreemdbaar onderdeel van het wezen en verbonden met levensaandacht. We willen ze niet veranderen, hooguit ontwikkelen. Een bepaald type mens is iemand met (aanleg voor) specifieke eigenschappen. Het richt zich op wat kenmerkend is aan iemand. Er zijn meerdere methodes waarmee je vast kunt stellen wat iemand voor een type mens is. Dat kan belangrijk zijn, want daarmee kun je zien welke eigenschappen en houding bij iemand horen (en wat je dus niet moet willen veranderen) en waar iemand aanleg voor heeft. Iemand met een bepaalde aanleg heeft bovengemiddelde mogelijkheden om bepaalde eigenschappen te ontwikkelen. Om deze mogelijkheden te ontwikkelen is voldoende verbindende - en focusaandacht nodig.

De termen humeur en karakter zijn wat mij betreft niet verbonden met ons wezen, maar met onze houding. Ze zijn het resultaat van de interactie met de wereld en worden dus (alleen) aangestuurd door verbindende - en focusaandacht. Humeur gebruiken we voor houdingen die kunnen omslaan. De term karakter gebruiken we voor houdingen die zich hebben vastgezet. Onze houding kan namelijk tijdelijk zijn, iets wat verandert van moment tot moment, maar kan ook indalen en zich vastzetten, zodat we ons er mee vereenzelvigen. Het kan een masker, schild, wapen, of plek zijn waar we niet geraakt kunnen worden. Maar hoe eigen het ook voelt, onze houding is geen onderdeel van ons DNA, van wie we ZIJN. Het is het resultaat van de drie fysieke parameters. Dat betekent dat we altijd ons best moeten doen om een houding vast te houden, wat behoorlijk vermoeiend kan zijn, en het betekent ook dat we onze houding in principe altijd kunnen veranderen, ook als die onderdeel is van ons karakter.

Onze fysieke identiteit bevat wat mij betreft alle kenmerken die alle mensen gemeen hebben en de kenmerken die ons bijzonder maken, ofwel ons type, aanleg en karakter. Ons humeur is wat mij betreft géén onderdeel van onze identiteit, maar heeft iemand heel vaak een bepaalt humeur, dan zegt dat wel iets over haar karakter en type en dus over haar identiteit.

 

Het niet fysieke aspect van identiteit

Laten we vervolgens eens kijken naar het niet fysieke deel van onze identiteit: onze verbeelding. In hoeverre is die onderdeel van onze identiteit en in hoeverre kan die veranderen? Mijn voorstel is om niet iedere gedachte en elk idee onderdeel te laten zijn van onze identiteit, net als niet iedere beweging onderdeel van onze houding is. Ik stel voor om alleen die verbeelding mee te nemen waarin we geloven. Dat is het hart van de draak. Deze wordt aangestuurd door focusaandacht.

Een belangrijk inzicht uit de voorgaande artikelen is dat VERBEELDING geen onderdeel van ons lichaam uitmaakt en zich daar dus ook niet in kan vastzetten. Wel is het zo dat VERBEELDING via de levensdomeinen CONTROLEREN, EXPERIMENTEREN en EERBIED ons gedrag stuurt en onze houding mede bepaalt. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in eigenschappen als verantwoordelijkheid, creativiteit en loyaliteit.

Verbeelding waarin we geloven, en waarvan we ons dus afhankelijk hebben gemaakt, zal daarom gedrag en houding creëren waar we niet omheen lijken te kunnen. Wie kan zich nog een wereld voorstellen zonder verantwoordelijkheid en creativiteit? Ze zijn onderdeel geworden van wie we denken dat we zijn, hebben een plek gekregen in ons karakter en lijken zich zich zelfs genesteld te hebben in ons ZIJN (“Anja, dat is echt een verantwoordelijk type.”), maar verbeelding gestuurde eigenschappen zullen nooit onderdeel uitmaken van ons DNA en zijn dus altijd te veranderen.
Naast deze door verbeelding gecreëerde eigenschappen heeft VERBEELDING ook een directe invloed op onze fysieke identiteit in de vorm van kleding, make-up, chirurgische ingrepen en/of fitness.

Net als alle houding, kan onze houding ten gevolge van VERBEELDING altijd veranderen. Het enige dat daarvoor nodig is, is andere verbeelding. Mode is daarvan een voorbeeld, maar ook klimaatbewustzijn en werkethiek.

Als we identiteit zien als datgene wat ons definieert op een bepaalt moment, dan is onze identiteit de optelsom van onze vaste eigenschappen, de eigenschappen die zich ontwikkelen, houdingen die zich hebben vastgezet in ons karakter en de VERBEELDING over wie we geloven dat we zijn die ons gedrag en onze houding bepaalt. Door oog te hebben voor iemands type, karakter, aanleg, humeur en denkbeelden, komen we in contact met iemands identiteit. Door op alle genoemde onderdelen verschillen te accepteren, kunnen we ook verschillen in identiteit accepteren. Niet iedereen is ten slotte even lang, sterk, of gelooft hetzelfde.

 

Vrijheid en veranderlijkheid

Onze identiteit kan veranderen, zelfs op basale onderdelen. Daarbij kun je denken aan ongewenste veranderingen ten gevolge van ziekte, ongeval, of een angstaanjagende, wellicht traumatische gebeurtenis. Je kunt ook denken aan gewenste veranderingen. Die kunnen het gevolg zijn van groei, voortplanting, ontwikkeling, scholing, heling, therapie, een helder inzicht, of een schokkende gebeurtenis die goed uitpakt. Veranderingen, positief, of negatief, kunnen het gevolg zijn van natuurlijke, biologische processen, toevallige gebeurtenissen, door de draak gestuurd worden met het doel de cultuur te beschermen, maar ook het gevolg zijn van persoonlijke sturing. De persoonlijke speelruimte die we hebben om onze identiteit te veranderen wil ik zo effectief mogelijk benutten en daarbij kan het model ons helpen op twee gebieden, namelijk het vrij maken van onze houding en het relativeren van onze verbeelding.

Met het vrij maken van onze houding bedoel ik het trainen van onze houding, zodat we zo min mogelijk afhankelijk zijn van automatische, natuurlijke reflexen. Dat doen we door bewust gebruik te maken van verbindende aandacht en focusaandacht via de drie fysieke parameters: aanwezigheid-afwezigheid, ontspanning-spanning, openheid-focus. Hoe getrainder onze houding, hoe vrijer we zijn, want naarmate we meer gebruik kunnen maken van een zelf gekozen houding, hoe minder we gebruik hoeven maken van vastgezette houdingen en gedrag. En dat geldt ook voor houdingen en gedrag dat aangestuurd wordt door onze VERBEELDING. Vrijheid van houding, betekent automatisch vrijheid van verbeelding. Dat betekent niet zozeer dat je vrij bent om te denken en te zeggen wat je wilt. Het betekent veel meer dat je vrij bent om op een gezonde manier te reageren op verbeelding en dat je verbeelding kunt relativeren (Het is maar verbeelding!). Dat betekent vervolgens dat verbeelding geen macht over je heeft.

Hoe makkelijker je naar eigen wens gebruik kunt maken van verbindende aandacht en focusaandacht, hoe vrijer je bent om zelf je houding te bepalen, hoe minder de draak je leven zal bepalen, hoe minder vastgezette houdingen en gedrag onderdeel zullen zijn van je identiteit en hoe meer je identiteit dus samen zal vallen met je ZIJN, je basiseigenschappen, aanleg en type. Dat is de betekenis van ZIJN wie je werkelijk bent.

 

Van identiteit naar systemen

Vrijheid, of vrij ZIJN moet niet verward worden met niet verbonden zijn. Verbonden zijn is de natuurlijke toestand van de mens die ons laat bestaan en stabiliteit geeft. Het niet accepteren van je verbindingen maken je niet meer, maar juist minder vrij, omdat ze weerstand, spanning en focus oproepen, houdingen die we gebruiken om ons te beschermen en onze waarneming kleuren. Vrij ZIJN is accepteren van verbondenheid. Dit brengt ons tot de laatste grote stap die nodig is om het model goed te kunnen gebruiken, namelijk die van de relatie tussen individu, aandacht en systeem, waarbij een systeem een geheel van verbindingen is.

 

Relatie tussen aandacht en systemen

Tot nu toe heb ik mijn best gedaan om de beeldvorming te beperken tot ‘de mens’. Ik heb geschreven over de individuele mens, die weliswaar op allerlei manieren verbonden kan zijn, maar die verbondenheid heeft nog niet veel aandacht gekregen. Tot nu.

De individuele mens bestaat namelijk niet. Een mens als individu is een idee. Het enige wat bestaat zijn verbindingen. Een mens is niet alleen onderdeel van vele sociale  systemen, en van vele andere systemen, maar bestaat ook zelf uit vele systemen. De mens is een systemisch aandachtwezen. De vraag is niet of, maar hoe een mens verbonden is. Dat betekent automatisch dat, wanneer het niet goed gaat met een mens, er iets niet goed zit in de verbondenheid. Met andere woorden, dat er iets trekt en duwt in een of meerdere systemen. Dat kan een van de lichaamssystemen zijn, maar ook een van de sociale, aardse, of kosmische systemen, of een mix daarvan.

 

Systeemgericht werken met het model

We zijn het resultaat van vele vormen van beïnvloeding. Alle beïnvloeding en alle verandering is systeem gebonden en de toepassing van het model is daarom altijd systeemgericht. In het kader van dit artikel beperk ik me tot sociale systemen. De systemen waarin de verbindende en de focusaandacht actief zijn.
Omwille van een effectieve insteek in de veranderprocessen maak ik onderscheid tussen drie verschillende systemen. Ik noem die de primaire -, de secundaire - en de gemengde sociale systemen.

 

Primaire sociale systemen

Onder de primaire sociale systemen versta ik systemen waarin in verbinding zijn belangrijker is dan taken en verantwoordelijkheden. Dat geldt voor families, gezinnen, vriendengroepen, buurten en andere groepen mensen die als één geheel beschouwd kunnen worden. Je bent onderdeel van zo’n systeem door Zijnsverbondenheid en/of gehechtheid en niet op basis van afspraken.

Harmonie binnen deze systemen betekent dat ze aan de linkerkant zitten van het model, waar vertrouwen, empathie en zekerheid zorgen voor een goede onderlinge gehechtheid en acceptatie. Wordt er in het systeem veel gedragen, is er weerstand, of zijn de relaties in grote mate gebaseerd op taken, verantwoordelijkheden en controle, dan is er werk aan de winkel. Het model kan daarbij helpen.

Er wordt wel eens gezegd: Ieder huisje heeft zijn kruisje en Iedere relatie heeft pieken en dalen. Ik vraag mij af of dat waar is, of dat het de draak is die dat beweert. Natuurlijk kan niemand een leven zonder zorgen garanderen, maar dat wil niet zeggen dat lijden normaal is. Ik geloof niet dat zwarte bladzijden nodig zijn om een zinvol leven te leven. Het Aandachtmodel kan binnen primaire sociale systemen helpen om, als het nodig is, wederzijds respect en vertrouwen positie te geven, zodat iedereen zich gezien voelt, ook als het anders loopt dan je had gewild.

 

Secundaire sociale systemen

Onder de secundaire sociale systemen versta ik systemen waar taken en verantwoordelijkheden belangrijker zijn dan in verbinding zijn. Dit geldt voor arbeid en geloof gerelateerde systemen. Om onderdeel van die systemen te zijn, zul je aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen en je aan bepaalde afspraken moeten houden. In ruil daarvoor heb je rechten, ofwel afspraken over wat je mag verwachten.

Omdat deze systemen gebaseerd zijn op taken, verantwoordelijkheden en verbeelding zitten ze automatisch aan de rechterkant van het model, wat automatisch afwezigheid, spanning en focus met zich mee brengt. Die houding dient goed gedoseerd en gecompenseerd te worden, want teveel daarvan is ongezond. Het is dus zaak om in de secundaire systemen erg te hebben in de hele mens, en niet alleen in de draak gerelateerde eigenschappen van de mens, zoals eerbied, loyaliteit, verantwoordelijkheid en creativiteit. Het Aandachtmodel kan daar bij helpen. Een open, aanwezige en ontspannen houding in de vorm van vertrouwen, empathie, zekerheid en respect zullen een positieve uitwerking hebben op onderlinge verbindingen, flexibiliteit, effectiviteit, veerkracht en verminderd ziekteverzuim.

 

Gemengde sociale systemen

De gemengde sociale systemen zijn systemen waar de twee eerder genoemde systemen zich mengen. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan pleegzorg, waar professionals samenwerken met gezinnen, maar ook aan de politiek, de politie en alle andere systemen waar professionals hun werk doen binnen een secundair sociaal systeem, waarbinnen ze zich aan afspraken moeten houden, terwijl veel van hun taken en verantwoordelijkheden gericht zijn op primaire sociale systemen waar in verbinding zijn, onderling vertrouwen en gehechtheid belangrijker zijn dan taken en verantwoordelijkheden.

De uitdaging van deze systemen is het vinden van een werkbare modus tussen de duidelijkheid die gevraagd wordt door de VERBEELDING, de basis van alle secundaire sociale systemen, en het loslaten wat gevraagd wordt door de VERBINDING, de basis van alle primaire sociale systemen. Vertrouwen en empathie verdwijnen namelijk als je er afspraken over gaat maken en ze gaat vertalen in (dwingende) verwachtingen. Het model kan helpen om deze verschillen te verenigen. Het aangewezen levensdomein daarvoor is RESPECT. Van daar uit kunnen we de ander helpen en vragen ons te helpen. Dat doen we niet vanuit een afhankelijke, maar vanuit een verbonden houding.

Zo kan het Aandachtmodel helpen om de kwaliteit van bijvoorbeeld het onderwijs te ondervragen en te verbeteren. Het model kan meer inzicht geven in houding en gedrag van mensen, kan stoornissen en gevoeligheden in een ander daglicht plaatsen en inzicht geven in leer- en veranderprocessen vanuit de hele mens. Dat kan helpen om onderwijsaanbod te creëren waarin respectvol wordt omgegaan met de diversiteit van eigenschappen, types en aanleg die aanwezig is in elke groep mensen.

Voor alle beroepen en instanties waarvan je hoopt dat ze rekening houden met de hele mens (en niet alleen hameren op eigen verantwoordelijkheid) kan het Aandachtmodel op deze manier interessant zijn. Denk naast leerkrachten en schoolbesturen aan politici, beleidsmakers, (jeugd)hulpverleners, politieagenten, huisartsen, ziekenhuispersoneel, rechters, wetenschappers en onderzoekers. Iedere beroepsgroep heeft haar eigen uitdagingen en kan baat hebben bij zicht op de hele mens.

 

Tot zover heel kort iets over identiteit en systeemgericht werken. Om het model te kunnen gebruiken is het goed om nu een paar dingen op een rijtje te zetten.

 

Handleiding bij het Aandachtmodel

Om het gebruik van het model een klein beetje te stroomlijnen en in een gebruikskader te plaatsen, heb ik een eerste opzet van een handleiding gemaakt.

In algemene zin kunnen we het model gebruiken in alle gevallen dat we behoefte hebben aan reflectie en verandering in het leven. Het kan zijn dat we vastzitten, twijfelen, vragen hebben over het leven, als het leven ons een flinke duw geeft, we te veel spanning ervaren, ons klote voelen, een relatie vast dreigt te lopen, je werk je leeg maakt, of je te maken krijgt met een ernstige ziekte, of andere rampspoed. In al die gevallen kunnen we het model gebruiken om zicht te krijgen op de situatie en door een gezonde houding meer balans en harmonie in het leven te ervaren.

 

Onderdelen

Het Aandachtmodel bestaat uit meerdere onderdelen. Als basis werkt het model met drie vormen van aandacht die een eigen plek hebben in het lichaam. Deze zijn op een scheppende manier verbonden met de vier menselijke basisidentiteiten, ofwel vier vormen van ZIJN, die elk bestaan uit meerdere onderdelen en hun eigen basishouding, signaalgevoelens en fysieke parameters hebben. Vervolgens kent het model zes levensdomeinen, die tussen de basisidentiteiten in geplaatst zijn en bestaan uit houdingen en eigenschappen die goed aansluiten bij het dagelijks leven. De levensdomeinen worden tot slot aangevuld met houdingen en eigenschappen die vanuit drie of vier basisidentiteiten ontstaan.

Samen met de beschreven theorie vormen al deze onderdelen een nieuw mensbeeld; een nieuwe manier om naar de mens en haar gedrag te kijken; een nieuw kader om zicht te krijgen op een houding, situatie, gedrag en/of gewenste verandering. Met andere woorden: het model geeft nieuwe kansen om zicht te krijgen op het leven en om het leven te sturen.

 

Toegevoegde waarde

De toegevoegde waarde van het model is, naar mijn mening, dat het zicht geeft op de hele mens en daarmee in één oogopslag de onoverzichtelijkheid en onmogelijkheid van overzicht laat zien. We zijn in één en hetzelfde moment ons levende lichaam, kwetsbaar, onderdeel van een groter geheel én hebben een idee van de werkelijkheid, waarin we deels geloven, maar dat ook veel vragen en twijfels oproept. Elk onderdeel is dus op haar eigen manier onoverzichtelijk, laat staan het geheel. Dit besef is de basis van het model.

Vergelijk het met de relatie die we hebben met een landschap waarin we aan het wandelen zijn. Het is onmogelijk het gehele landschap te overzien in al zijn aspecten. Aandacht voor het een, gaat ten koste van aandacht voor het andere. Als we deze metafoor doortrekken, zou je kunnen zeggen dat het in ieder leven kan gebeuren dat je de weg kwijt raakt, in een moeras terecht komt, of het donker wordt. Op die momenten komt een reisgids met landkaart van pas. Het Aandachtmodel is die reisgids met landkaart voor het leven.

 

Hoe het werkt

Het model werkt dan als volgt. Door het model erbij te pakken en je te realiseren waar al die rondjes en kleuren voor staan, maak je contact met het wezen van de hele mens. Je realiseert je dat er drie soorten aandacht zijn die vier basisidentiteiten aansturen. Op basis van je gevoel, signaalgevoelens en fysieke parameters krijg je zicht op de situatie. Dat kan je eigen situatie zijn, die van een ander, van een relatie, of de situatie van een hele groep. Heb je zicht op de situatie, dan wordt waarschijnlijk ook vrij snel duidelijk welke aandacht waar nodig is en welke veranderingen wenselijk zijn.

Het model kan dan helpen om die verandering te ondersteunen. Zit je teveel rechts, dan is loslaten en accepteren voorwaarde om naar links op te schuiven. Zit je te veel onder, dan zul je sterk moeten zijn om meer naar boven te bewegen. Zit je te veel linksonder, dan zul je jezelf meer moeten gaan beschermen om naar het midden te bewegen. Het gaat dus elke keer om verandering van houding. Om van houding te veranderen maken we gebruik van onze verbindende aandacht en focusaandacht om de drie fysieke parameters waaruit onze houding is opgebouwd naar wens te veranderen. Dat zijn de mate van aanwezigheid, de mate van (ont)spanning en de mate van focus, ofwel openheid.

Aanwezig ------O----------------- Afwezig
Ontspannen  ----------O--------- Gespannen
Open houding  ----------O------- Gesloten houding

Het Aandachtmodel werkt natuurlijk alleen als het op de juiste manier wordt gebruikt. Ik heb daarom wat basisregels en aannames geformuleerd.

 

Basisregels
  1. Het leven staat centraal, niet het model. Het Aandachtmodel is nooit doel, altijd middel.
  2. Werken met het model is altijd systeem gerelateerd.
  3. Werken met het model is altijd proces gerelateerd.
  4. Het model is bedoeld om met (meer) vertrouwen vanuit je (lichaams)gevoel te kunnen leven.
  5. Voelen en ‘het gevoel’ zijn belangrijker dan begrip en begrijpen.

 

Aannames
  1. We voelen alles wat we meemaken fysiek en we kunnen via onze aandacht onze fysieke en mentale houding beïnvloeden.
  2. Door los te laten kunnen we in het moment zijn, los van verbeelding.
  3. Een respectvolle, open basishouding is de meest gezonde levenshouding.
  4. Het model kan gebruikt worden voor alle aspecten van het leven.
  5. Het is niet mogelijk om de hele mens in een keer te zien.
  6. Ieder systeem kent onoverzichtelijk veel beïnvloeding.
  7. Een proces is per definitie onoverzichtelijk.
  8. Aandacht, het leven, ons lichaam en onze verbindingen bestaan, onze verbeelding bestaat niet.
  9. Goed kunnen en durven voelen is voorwaarde voor effectief gebruik van het model.
  10. We kunnen elkaars houding en aanwezigheid direct waarnemen, elkaars verbeelding niet.
  11. Voor het leven is ZIJN belangrijker dan bewustzijn, behoeftes belangrijker dan verlangens, goed voor jezelf zorgen belangrijker dan doelen stellen en verbonden zijn belangrijker dan ergens iets van vinden.
  12. We trainen onze houding opdat we minder afhankelijk worden van automatische reflexen en om verbeelding te kunnen relativeren. Dit maakt ons vrij.

 

Uitnodiging

Ik heb afgelopen maanden de basis gelegd voor een analyse en verandermodel dat uitgaat van de hele mens: het Aandachtmodel. Ik wil bij deze iedereen die er kennis van heeft genomen uitnodigen om een korte reactie te sturen, eventueel aangevuld met tips voor literatuur en podia waar het model gezien kan worden.

Ik realiseer me dat op alle gebieden waar het Aandachtmodel iets kan betekenen er mensen bestaan met veel expertise en inzichten, die desalniettemin ook vragen hebben, waarop zij geen antwoord kunnen formuleren. Het lijkt mij een interessante uitdaging om vanuit het model naar enkele van die vragen te kijken. Alle kennisgebieden die mens- en/of maatschappij-georiënteerd zijn komen daarbij wat mij betreft in aanmerking en hebben mijn interesse. Van geschiedenis en evolutieleer tot politiek en bestuurskunde. Van geestelijke en lichamelijke gezondheid tot filosofie en ethiek. Van ondersteuning en therapie tot  jeugdhulpverlening en juridische ondersteuning.

 

Tot slot

Er zijn in de negen artikelen veel thema’s langsgekomen waarover ik verder na wil denken en waarover ik wellicht nieuwe artikelen ga schrijven. Ik wil bijvoorbeeld verder nadenken over wat wel en wat niet bestaat. Dat is misschien wel een van de belangrijkste vragen die ook de digitale 'werkelijkheid' betreft. In dat kader wil ik ook de relatie onderzoeken tussen respect en eerbied.
Een ander thema is het vergeten lichaam. Het valt mij op dat in veel van de boeken en artikelen die ik lees over maatschappij en identiteit de auteurs zich voornamelijk bezig houden met wat zich afspeelt in de verbeelding van de mens en vergeten dat de mens daarnaast ook een lichaam heeft en onderdeel is van een groter geheel. Onderzoek naar het vergeten lichaam kan goed gecombineerd worden met onderzoek naar de manier waarop mensen verbonden zijn, bijvoorbeeld door eens goed te kijken naar de onderlinge relatie tussen Zijnsverbondenheid, gehechtheid, loyaliteit en in verbinding zijn.
Een ander onderwerp dat verder onderzoek vraagt en dat ik nog wil noemen, is de manier waarop het Aandachtmodel iets kan betekenen voor het verbeteren van onze fysieke en geestelijke gezondheid. De sturende basis van het model bestaat immers uit fysieke parameters en signaalgevoelens die een directe relatie hebben met onze fysieke en geestelijke gesteldheid en gezondheid. Ik ben benieuwd of er huisartsen of (para)medisch specialisten zijn die interesse hebben in het Aandachtmodel.

Mogelijkheden genoeg om verder te onderzoeken en aanbod te ontwikkelen. Ik start echter bij het opnieuw lezen en redigeren van de artikelen en denk er over om een boekje te maken waarin de complexiteit van het model inzichtelijk wordt gepresenteerd. Zoals gezegd wil ik me daarnaast verder verdiepen en gesprekken aangaan.

Wat ik daarbij niet wil is me verliezen in onredelijke verwachtingen. Dat is een van mijn valkuilen. Ik heb mijn wensje gedaan dat dit model er mag zijn en mensen mag helpen. Op welke schaal dat zal zijn is aan de toekomst. Met andere woorden: Het ei is gelegd. Het is nu zaak om het uit te gaan broeden. Als dat broedproces goed verloopt zal er een levend kuiken uit kruipen in de vorm van een samenhangend verhaal met beeldmateriaal dat ondersteund wordt door mensen die er enthousiast over zijn. Als dat kuiken vervolgens voldoende aandacht krijgt, zal het uitgroeien tot een vogel die op een dag zelfstandig kan gaan vliegen, tenzij het een kip is natuurlijk. Dan zullen we tevreden moeten zijn met wat gescharrel. Ook mooi.

We gaan zien hoe het loopt. Voor nu ben ik blij met dit mooie ei dat de potentie in zich heeft om een prachtige vogel te worden.

Dank je wel aan iedereen die mee heeft gelezen, die heeft gereageerd en die nog gaat reageren, want dat stel ik nog steeds op prijs. En tot slot een speciaal dank je wel aan Dien en David voor alle tips en adviezen en Helene voor je geduld.

 

Hans de Win

 

Links naar de verschillende artikelen in deze serie Aandacht voor een nieuw mensbeeld:

  1. Inleiding
  2. Zijnsidentiteit
  3. Beschermingsidentiteit
  4. Verbindingsidentiteit
  5. Verbeeldingsidentiteit, grip op verbeelding
  6. Aandacht voor signaalgevoelens, voelen en emoties
  7. Tussentijdse samenvatting
  8. De levensdomeinen
  9. Afronding en handleiding, aandacht voor identiteit en systemen