Aandacht voor gevoelens en emoties

Leven vanuit gevoel

Wie dacht “Een nieuw model om naar de mens en het leven te kijken, fijn, lekker makkelijk” komt misschien enigszins bedrogen uit. Het vraagt namelijk enige studie om het Aandachtmodel eigen te maken voordat je het kunt toepassen. Ik realiseer me dat. Toch is het de bedoeling om het model vooral op gevoel te gaan gebruiken en naarmate de verbanden duidelijker worden zal dat ook gemakkelijker gaan. Dat is ook belangrijk, want wat mij betreft is ons gevoel onze gids in het leven en ons verstand niet veel meer dan een dun boekje met tips en wat uitleg. Dat kun je gebruiken als je de weg kwijt bent, of iets niet begrijpt wat je op je levenspad tegenkomt. Op die momenten is het fijn als je een betrouwbare reisgids hebt met een landkaart en uitleg over de dingen die er toe doen in het leven. Dit model wil een stukje van die reisgids zijn.

In zoverre het model ingewikkeld is, wil ik daar overigens graag het leven de schuld van geven. Het leven kan bij tijd en wijle zo ingewikkeld zijn, dat we ons gevoel, ons innerlijk kompas, niet kunnen vertrouwen. Heel vreemd is dat niet. Het landschap en de routekaart wordt niet alleen steeds ingewikkelder, het ziet er ook zwart van de draken, die allemaal drakensporen nalaten. (Weet je niet wat ik bedoel met 'draken', dan raad ik je aan het vorige artikel te lezen.)

Het Aandachtmodel is een reisgids bedoeld om leven vanuit gevoel weer betrouwbaar te maken. In dit artikel maak ik de koppeling tussen de basisidentiteiten en de gevoelens die we hebben die ons vertellen hoe de stand van zake is. Is alles op orde, of is er extra aandacht nodig? Ik noem die gevoelens daarom signaalgevoelens. Voor ik ze per basisidentiteit ga toelichten, wil ik eerst het verschil duiden tussen voelen, gevoelens en emoties.

 

Voelen, gevoelens en emoties

Voelen is een vorm van waarnemen; niet meer, niet minder. Ik kan voelen hoe warm water is, hoe ik me voel en ik kan voelen hoe een ander zich voelt, mits ik met die ander verbinding kan maken. Als ik voel hoe ik me voel, dan richt ik mijn waarneming op mijn lichaam, mijn bestaan, mijn zijn en ga daarmee in verbinding. Het kan zijn dat ik dan heel veel signalen krijg, maar dat kan ook erg meevallen, maar áls ik wat voel, dan weet ik dat het gaat om signalen uit één of meer van mijn basisidentiteiten, want wat ik IK noem is de optelsom daarvan.

Gevoelens zijn de sensaties die zich aandienen als ik voel hoe ik me voel. Soms moet ik mijn best doen om ze te voelen, soms hoeft dat niet en schreeuwen ze om aandacht. Soms zijn gevoelens herkenbaar en weet je heel goed waar ze vandaan komen, soms is dat niet het geval.
Gevoelens kunnen luchtig en plezierig zijn, of zwaar en belastend, maar hoe dan ook, ze doen altijd iets met je houding en het maakt daarbij niet uit, of je ze wel of niet waarneemt. Soms nemen ze als het ware bezit van je houding, maar het kan ook zijn dat ze een beperkte rol spelen.

Er zijn oneindig veel gevoelens, zoals er ook oneindig veel kleuren bestaan. Gevoelens hebben in principe geen naam en om gevoelens waar te nemen hebben we dan ook geen woorden nodig. Je kunt proberen te beschrijven wat, waar en hoe intensief je iets voelt, maar woorden kunnen nooit de waarneming vervangen, of de werkelijkheid volledig beschrijven. Om binnen onze communicatie gevoelens een plaats te geven, hebben we in onze taal woorden gekozen die verwijzen naar veelvoorkomende gevoelens. Marshall Rosenberg komt in zijn boek over geweldloze communicatie op 263 woorden die verwijzen naar gevoelens, maar het blijft een fractie van wat je kunt voelen.

Er is niks mis mee om je gevoelens te benoemen. Sterker nog, het kan erg zinvol zijn om dat te doen, maar het doet er toe of het accent daarbij ligt op de waarneming, op dat wat je voelt, of op de wens naar duidelijkheid. Hoe duidelijker je wilt zijn in het benoemen van wat je voelt, hoe minder het zal gaan over wat je werkelijk waarneemt en hoe meer het zal gaan over wat je dénkt dat je waarneemt, ofwel wat je gelooft. Ik ga er van uit dat veel van de gevoelens die we emoties noemen, onderdeel zijn van wat we geloven en daarmee dus onderdeel zijn van onze VERBEELDING. In het stukje over VERBEELDING kom ik daar op terug.

 

Signaalgevoelens

Dat gezegd hebbende wil ik toch proberen om woorden te vinden voor de signaalgevoelens die belangrijk zijn binnen het functioneren van de vier verschillende basisidentiteiten. Ik zal per basisidentiteit een aantal signaalgevoelens benoemen en toelichten en wil benadrukken dat dit overzicht zeker niet volledig is. Daarvoor zijn onze gevoelens te verfijnd en mijn woorden te grof. Mijn doel is een beetje inzicht, niet volledigheid.

Om mijn uitleg beter leesbaar te maken zal ik in het vervolg in veel gevallen, het woord ‘identiteit’ weglaten als ik verwijs naar een basisidentiteit. Zijnsidentiteit wordt dan ZIJN, beschermingsidentiteit wordt BESCHERMING, verbindingsidentiteit wordt VERBINDING en verbeeldingsidentiteit wordt VERBEELDING, of draak.

 

Signalen vanuit het ZIJN

Ik begin (weer) bij de Zijnsidentiteit, ofwel het ZIJN en pak even terug op de eerdere artikelen: ZIJN heeft als doel om te (blijven) bestaan en te (blijven) leven en doet dat door te leven met een lichaam en door Zijnsverbondenheid. Alle drie zijn ze op verschillende manieren kwetsbaar en tonen die kwetsbaarheid via signaalgevoelens.

Als je ZIJN in orde is, dan heb je een tevreden gevoel. Je bent dan ontspannen en kunt het leven accepteren zoals het is. Tevredenheid is een van de belangrijkste gevoelens in het leven.

Binnen de Zijnsidentiteit kan er flink wat misgaan. Je kunt ziek worden, sterven, iemand kwijt raken, et cetera. Leven, lichaam en Zijnsverbondenheid maken grotendeels gebruik van dezelfde signalen, zoals pijn, kramp, misselijkheid, vermoeidheid, of andere gevoelens van ongemak. We weten in veel gevallen dus niet heel zeker waar die gevoelens vandaan komen en hoe we ze moeten interpreteren. Dat geeft veel verwarring. Als je hoofdpijn hebt, is er dan wat mis in je hoofd, of heb je het gewoon te druk? Is je vermoeidheid te wijten aan een ziekte, of zuigt je relatie je leeg? Deze onduidelijkheid heeft meerdere gevolgen.
Voor onszelf betekent het dat we soms ten onrechte ons interne beschermingssysteem inschakelen en ten onrechte gaan vechten, vluchten, bevriezen, of onze behoeftes gaan bevredigen. Een tweede gevolg is dat artsen het druk hebben met het onderzoeken van allerlei klachten die eigenlijk niet bij hen thuis horen. dat kost veel geld en brengt veel leed. Een derde gevolg is dat we te lang wachten met het inroepen van de juiste hulp, omdat we een inschattingsfout maken en er van uitgaan dat de klachten vanzelf wel weer over gaan.

Naast deze gedeelde signalen hebben leven en Zijnsverbondenheid ook eigen signalen. Dat zijn onzeker ZIJN en verdriet.

Met onzeker ZIJN bedoel ik niet de alledaagse onzekerheid, bijvoorbeeld of de trein wel op tijd komt, maar existentiële onzekerheid. Het accent ligt op het ZIJN dat onzeker is. Dat kan te maken hebben met een levensbedreigende ziekte (bij jezelf, of een ander), of met een beperkt gevoel van eigenwaarde waardoor je je afvraagt of je wel goed genoeg bent voor deze wereld. Dat voelt beklemmend en brengt spanning in je lichaam en je leven.

Gevoelens van verdriet hebben, binnen het ZIJN, te maken met een staat van verbondenheid die je (nog) niet kunt accepteren. Als dat gepaard gaat met huilen ontstaat er, als het goed is, meer ruimte om te kunnen accepteren. Uiten van gevoelens van verdriet kan daardoor een belangrijk onderdeel zijn van het verwerken van verlies.

 

Signalen vanuit de BESCHERMING

BESCHERMING heeft als doel het voortbestaan van lichaam en leven veilig te stellen en als basishouding beschermen. Deze zijn gekoppeld aan en een uiting van focusaandacht.

Een aantal signaalgevoelens zijn al benoemd in de vorige paragraaf. Het lichaam laat ons weten als er iets mis is en schakelt de beschermingsmechanismes in. Bij misselijkheid kunnen we gaan braken, bij vermoeidheid nemen we rust en bij een verwonding gaan we onszelf helen. Als het goed is gaat dat allemaal automatisch. En zolang de oorzaak fysiek is, werkt dat vaak prima. Naast deze signalen wil ik drie specifieke signaalgevoelens noemen die naar mijn idee bij BESCHERMING horen. Dat zijn hunkering, behoedzaamheid en angst.

Met hunkering doel ik op alle gevoelens die direct aan je behoeften zijn gekoppeld. Dat kan honger zijn, nabijheid, veiligheid, zin in seks, maar ook 'beter worden' hoort in dit rijtje thuis. Naast deze natuurlijke behoeftes vanuit het lichaam en de Zijnsverbondenheid, zijn er ook cultuur gestuurde 'behoeftes', die ik aan zou willen duiden met het woord verlangen. Verlangens zetelen hoog in het lichaam en zijn vaak onderdeel van je VERBEELDING, zoals het verlangen naar een nieuwe auto, een biertje, of nieuwe kleding. Verlangens staan vaak in het teken van jezelf verwennen.

Als je hunkering is gestild, dan heeft je BESCHERMING goed gewerkt en voel je je tevreden. Als je hunkering niet te stillen is, en een soort verslaving wordt, dan is naar alle waarschijnlijkheid de draak aan het werk, of probeer je iets te compenseren wat je elders te kort komt.

Als tweede signaalgevoel van BESCHERMING zie ik behoedzaamheid. Daarmee bedoel ik het besef dat je BESCHERMING zijn grenzen heeft, waardoor je niet al te grote risico’s neemt. Dat biedt bescherming in de vorm van beter voorkomen dan genezen. Ook behoedzaamheid kent een natuurlijke en een cultuur gerelateerde kant. Die laatste kennen we als soberheid en spaarzaamheid.

Een uitvergrote vorm van zowel behoedzaamheid, als hunkering is angst en dat zou je als het derde signaalgevoel binnen BESCHERMING kunnen zien. In algemene zin is angst het sterke vermoeden, of de wetenschap, dat je bescherming, of die van een ander, onvoldoende is, of dat je te kort gaat komen, gecombineerd met het gevoel dat dat heel erg is. Je kunt niet (meer) relativeren.
Angst kan zich op allerlei manieren manifesteren. Je kunt bijvoorbeeld angst hebben dat je te kort komt, niet veilig bent, dood gaat, iemand gaat verliezen, geen succes zult hebben, of dat een spin je aan gaat vallen. In beperkte mate kan angst nuttig zijn. Hij creëert een houding die je voorbereid op iets wat mogelijk te gebeuren staat en waarbij je al je aandacht nodig kunt hebben, maar angst kan ook verlammen, verkrampen en bevriezen en kan daardoor de Zijnsverbondenheid ondermijnen en families en gezinnen uiteen drijven.

 

Signalen vanuit de VERBINDING

VERBINDING heeft als doel het bieden van stabiliteit en heeft als basishouding loslaten. Net als de identiteit zelf zijn de signaalgevoelens direct voelbaar en eenduidig. Die gevoelens zijn in verbinding zijn, vreugde en verlatenheid en zijn allemaal gekoppeld aan en een uiting van verbindende aandacht

In verbinding zijn is een gevoel op zich. Je kunt het voelen als je ontspant en 'loslaat'. Ga je helemaal mee in je gevoel van in verbinding zijn, dan voelt dat erg plezierig. Vreugde is daarom voor mij het signaalgevoel dat je goed in verbinding bent. Dat voel je vooral ook goed als het gevoel van verbinding wordt beantwoord door een ander. Daar word je automatisch blij van.

Gevoelens van verlatenheid, of alleenheid ervaar je als het niet lukt om in verbinding te zijn, terwijl je dat wel wilt. Dat komt omdat in verbinding zijn als houding loslaten vraagt. En als je loslaat, maar niet opgevangen wordt, geeft dat even het gevoel dat je alleen en verlaten bent. Omdat VERBINDING moment gebonden is, kan dit gevoel in het moment weer omslaan en vervangen worden door verbindingen die er wel zijn.
Echter, als dit gevoel van alleen zijn en verlatenheid te heftig is, vaak voorkomt, of (te) lang aanhoudt, dan zal het zijn sporen nalaten in het ZIJN. Het zal dan gaan voelen als afwijzing en ontkenning en kan leiden tot onzeker ZIJN, waarbij ook gevoelens van verdriet, onmacht en pijn kunnen ontstaan, die op hun beurt weer de BESCHERMING inschakelen. Dit is wat er kan gebeuren als mensen genegeerd, gekleineerd, of mishandeld worden. Ik stel mij voor dat mensen die dit hebben meegemaakt het moeilijk vinden om los te laten en werkelijk verbinding te ervaren, omdat dit niet meer veilig voelt.

De culturele kant van verlatenheid is teleurstelling. Er wordt dan niet aan de verwachtingen voldaan. Met teleurstelling is het een beetje als met angst. Het kan zijn dat je wens om niet afgewezen te worden ervoor zorgt dat je extra je best gaat doet om goed in verbinding te blijven, maar als je te veel je best doet, kan dat juist contraproductief werken.

 

Signalen vanuit de VERBEELDING

Tot slot de VERBEELDING, ofwel de draak. Dat is een beetje een verhaal apart. Om te beginnen bestaan er, op de keper beschouwd, geen gevoelens binnen onze verbeeldingsidentiteit, tenminste als je gevoelens ziet als iets wat je kunt voelen. Om te kunnen voelen heb je een (gevoels)lichaam nodig en dat heeft VERBEELDING niet. VERBEELDING huist wel in een lichaam, in het brein wel te verstaan, maar heeft zelf geen lichaam. Maar wat VERBEELDING wel heeft vanuit het brein, is toegang tot het neurale netwerk van ons lichaam én de mogelijkheid om een zelfbeeld te creëren, waarin ze zichzelf de hoofdrol toebedeeld. Het beeld dat mensen van zichzelf hebben wordt daardoor vooral bepaald door hun VERBEELDING. Het werkelijke zelf, het ZIJN, de BESCHERMING en het in verbinding zijn, krijgen doorgaans veel minder podium. Descartes “Cogito ergo sum”, ofwel “Ik denk, dus ik ben” ging over de verbeeldingsidentiteit en niet over onze totale identiteit.

Door de link in het brein tussen verbeelding en het neurale netwerk kunnen we een beeld vormen bij wat we voelen en is het omgekeerd ook mogelijk om via onze verbeelding gevoelens in het lichaam op te wekken en te sturen. Daardoor kunnen we huilen om een film, worden we geraakt door een foto en heeft reclame zoveel effect. Gevoelens die opgewekt worden door VERBEELDING zijn wat mij betreft geen signaalgevoelens. Als we huilen om een film, is dat niet een signaal vanuit onze Zijnsverbondenheid die duid op verlies. Als we naar de bouwmarkt willen na een reclame is dat niet omdat dat gezond voor ons is. Maar, toegegeven, het verschil is lang niet altijd even duidelijk. Toch zijn er wat mij betreft wel enkele signaalgevoelens verbonden aan VERBEELDING. Die vinden we als we even teruggaan naar het doel en de basishouding van VERBEELDING.

Dat doel van VERBEELDING is het beschermen van de cultuur. dat doen we door te geloven in die cultuur. Als dat goed gaat ervaren we duidelijkheid. Duidelijkheid, ofwel de afwezigheid van verwarring, is dan ook het belangrijkste signaalgevoel van VERBEELDING. Als alles duidelijk is heb je het gevoel dat het klopt. Er zit geen breuk in het gevoel van continuïteit. Daarom hebben dictators en geloofssystemen zo’n hekel aan mensen die, in hun ogen, verwarring zaaien en kan ook onze eigen VERBEELDING zich gedragen als een dictator als de duidelijkheid onder druk komt te staan. Om verwarring te voorkomen doet onze draak namelijk wat iedere dictator doet, ze wordt boos en kiest voor verdeel en heers.

Door boosheid bijt VERBEELDING van zich af en zegt: “Kom niet aan mijn duidelijkheid!” en probeert daarmee de kwetsbaarheid van de verbeelding te maskeren. En daarbij geldt: Hoe bozer, hoe brozer de duidelijkheid. Boosheid is misschien daarom wel de basisuitdrukking van de draak.
Boosheid is een emotie die zijn gevoelswaarde ontleent aan echte gevoelens als angst, verdriet en teleurstelling en vaak samengaat met een vechthouding, maar ook kan imploderen naar bevriezen. Achter de boosheid kunnen dus echte signaalgevoelens schuilgaan. Als we die kunnen bereiken kunnen we zicht krijgen op wat er werkelijk speelt. Zo bezien is boosheid wel degelijk een signaalgevoel.

Verdelen en heersen doet onze draak via emoties. Dat zijn in het model de door VERBEELDING aangestuurde gevoelens, die niet gebaseerd zijn op de werkelijkheid, maar die de VERBEELDING veel meer realiteitswaarde geven. Emoties zijn een typisch product van de focusaandacht; ze verkleuren de waarneming en zetten aan om jezelf belangrijk te maken. Goede doelen maken hier massaal gebruik van door te stellen dat uw bijdrage mensenlevens kan redden. En zo kunnen we verdriet hebben als onze verwachtingen niet uitkomen, angst als we te laat komen, of blij als een ander dezelfde verbeelding blijkt te hebben als wij. We kunnen jaloers zijn als ons ego zich tekortgedaan voelt, ons schuldig voelen als we vinden dat we onze taak niet hebben uitgevoerd, of juist de ander de schuld geven als hij, of zij zich niet aan de afspraak heeft gehouden. En ook al bestaan afspraken niet echt, schuldgevoel kan levens volledig in zijn grip houden, zeker als de schuldemotie wordt versterkt met schaamte en boosheid.

Emoties zijn wat mij betreft dus géén signaalgevoelens. Ze vertellen ons niet of onze VERBEELDING goed of niet goed werkt. Het gevoel van duidelijkheid/verwarring doet dat wel. Als emoties heftig zijn en het niet meer lukt om ze te relativeren, dan blijkt daar wel uit dat de draak erg veel macht heeft over het leven en is het goed om te controleren of achter de heftige emoties geen werkelijke signaalgevoelens schuil gaan. Op die manier nemen we de mens in plaats van de VERBEELDING serieus.

 

Het Aandachtmodel update

De toevoeging van de signaalgevoelens en uitleg over de rol van emoties is een volgende stap naar een volledig Aandachtmodel. Het creëert een gevoelskader voor het model en maakt het hopelijk makkelijker om het model toe te passen in het dagelijks leven. Het model is ten slotte niet bedoeld als academische studie, maar als reisgids.

Ik sluit dit artikel af met een samenvoeging van de signaalgevoelens met wat eerder is beschreven over het Aandachtmodel. Op de afbeelding is het resultaat daarvan te zien.

Het model laat centraal in iedere cirkel het doel van de basisidentiteit zien. We hebben in totaal dus vier doelen in het leven, die ieder op hun eigen manier aandacht vragen. Bovenin de cirkels staat aangegeven hoe de basisidentiteit haar doel bereikt en onderin de cirkels welke gevoelens we gebruiken om 'on track' te blijven.

Als we alle doelen willen combineren, dan lijkt de meest aangewezen weg om dat te doen te geloven in tevredenheid en vreugde. Klinkt niet slecht.

We leven in een wereld die geregeerd wordt door VERBEELDING en focusaandacht. De gevolgen daarvan probeer ik in mijn artikelen duidelijk te maken. Een van die gevolgen is dat ons beeld van de werkelijkheid sterk wordt verkleurd, waardoor we in veel gevallen niet meer op ons gevoel kunnen vertrouwen. Daar maak ik me zorgen over. Mijn gedrevenheid om het Aandachtmodel te maken ligt in de wens om mee te denken over manieren waardoor we met meer vertrouwen vanuit ons gevoel kunnen leven.

 

Het volgende artikel

Het volgende artikel zal gaan over de gebieden tussen de basisidentiteiten, ofwel de levensdomeinen, waarin de basisidentiteiten met elkaar samenwerken en bijzondere eigenschappen mogelijk maken, zoals gehechtheid, verdraagzaamheid, hulpvaardigheid, loyaliteit, verantwoordelijkheid en vindingrijkheid. De levensdomeinen zijn de sluitstukken van het Aandachtmodel. In de artikelen die daarna verschijnen zal ik het model vooral toe gaan passen en gaan verdiepen.

 

Dank je wel voor het lezen van dit artikel. Heb je opmerkingen, of vragen, laat dan een reactie achter. En vond je het interessant, dan doe je me een groot plezier door dit artikel te delen met mensen waarvan je denkt dat het hen zal inspireren.

Hans de Win

 

Links naar de verschillende artikelen in deze serie Aandacht voor een nieuw mensbeeld:

  1. Inleiding
  2. Zijnsidentiteit
  3. Beschermingsidentiteit
  4. Verbindingsidentiteit
  5. Verbeeldingsidentiteit, grip op verbeelding
  6. Aandacht voor signaalgevoelens, voelen en emoties
  7. Tussentijdse samenvatting
  8. De levensdomeinen
  9. Afronding en handleiding, aandacht voor identiteit en systemen